In een opmerkelijke wending heeft de Zwitserse multinational Oerlikon aangekondigd dat de iconische Amom-fabriek in Badia al Pino haar deuren sluit. Dit heeft onmiddellijke gevolgen voor 70 werknemers. De beslissing, die tijdens een videoconferentie werd meegedeeld, heeft geleid tot grote bezorgdheid onder de medewerkers die jarenlang hebben bijgedragen aan het succes van het bedrijf.
Oerlikon nam Amom in 2026 over na de acquisitie van Riri en heeft sindsdien de productieprocessen herzien. De situatie is verder verergerd door een drastische daling van de omzet van 13 naar 7 miljoen euro in slechts één jaar. Dit roept vragen op over de strategie van de multinational, die klanten naar andere fabrieken binnen de groep leidde, wat lijkt te wijzen op een vooropgezet plan om de fabriek te sluiten.
Indice dei contenuti:
De impact van de sluiting op werknemers
De sluiting van Amom heeft niet alleen gevolgen voor de financiële stabiliteit van de werknemers, maar ook voor hun emotionele welzijn. De gemiddelde leeftijd van de medewerkers ligt rond de vijftig, waardoor velen zich in een lastige positie bevinden: te jong voor pensioen, maar te oud om gemakkelijk een nieuwe baan te vinden. Dit heeft geleid tot gevoelens van wanhoop onder de werknemers en hun gezinnen, die nu in een onzekere situatie verkeren.
Verlies van inkomen en toekomstperspectieven
Met de sluiting van Amom komen ook de zorgen over hypotheekbetalingen en de opvoeding van kinderen naar boven. Veel werknemers werkten samen met partners in de fabriek en bevinden zich nu zonder inkomen. Dit heeft geleid tot een collectieve mobilisatie onder de werknemers, die zich verenigen om hun stem te laten horen en te pleiten voor een rechtvaardige oplossing.
Reacties van de gemeenschap en politieke betrokkenheid
De lokale overheid en politieke figuren hebben zich achter de werknemers geschaard. Onder leiding van burgemeester Andrea Tavarnesi van Civitella in Valdichiana, hebben verschillende politici hun steun betuigd en Oerlikon aangespoord om de sluiting te heroverwegen. Emiliano Fossi, een parlementslid van de PD, heeft een parlementaire vraag ingediend om het gedrag van de multinational aan te kaarten. Hij veroordeelt de manier waarop de werknemers over hun ontslag zijn geïnformeerd via een videoconferentie als een schending van de waardigheid van het werk.
Verantwoordelijkheid van de vorige eigenaars
Ook wordt er een oproep gedaan aan de vorige eigenaars van Amom, de familie Veneri, om verantwoordelijkheid te nemen voor de situatie. Hun beslissing om het bedrijf te verkopen aan Oerlikon heeft geleid tot deze crisis, en er wordt gespeculeerd dat zij ook een rol moeten spelen in de zoektocht naar een oplossing. Dit benadrukt de noodzaak van een gezamenlijke aanpak om de impact van de sluiting te verlichten.
Het komende overleg met de regionale overheid op 14 januari biedt een kans voor betrokken partijen om samen te komen en mogelijke oplossingen te bespreken. De vakbonden blijven strijden voor de terugtrekking van de ontslagprocedures en de implementatie van sociale vangnetten voor de getroffen werknemers. De situatie van Amom is niet uniek, maar weerspiegelt een breder probleem dat veel werknemers in de huidige economie ondervinden.
De toekomst van de industrie in de regio
De sluiting van Amom roept bredere vragen op over de toekomst van de bigotterie en de mode-industrie in Toscane. De regio heeft altijd een sterke reputatie gehad op het gebied van kwaliteit en innovatie, maar met de opkomst van multinationals die hun productie verplaatsen, komen lokale bedrijven onder druk te staan. Het is cruciaal dat er een strategie wordt ontwikkeld die de lokale industrie beschermt en tegelijkertijd de rechten van de werknemers waarborgt.
In deze tijd van onzekerheid blijven de werknemers van Amom vechten voor hun toekomst en die van hun gezinnen. Hun strijd voor rechtvaardigheid en waardigheid herinnert ons aan de waarde van hard werken en toewijding in een steeds veranderende wereld.