Naar inhoud springen
20 augustus 2026

Belastinginspecties: Hooggerechtshof toont begrip voor onverwachte bevindingen

Het Hooggerechtshof heeft de bevoegdheden van het ministerie van Financiën versterkt om onverwacht gevonden bewijsmateriaal te onderzoeken tijdens inspecties.

Belastinginspecties: Hooggerechtshof toont begrip voor onverwachte bevindingen

Het Hooggerechtshof heeft een belangrijke beslissing genomen die de bevoegdheden van het ministerie van Financiën versterkt. Deze beslissing maakt het mogelijk om onverwacht gevonden bewijsmateriaal tijdens inspecties te onderzoeken, zelfs als dit materiaal niet direct relevant is voor de oorspronkelijk geplande inspectie.

Deze beslissing heeft grote gevolgen voor zowel zelfstandigen als ondernemers, omdat het de manier waarop inspecties worden uitgevoerd kan veranderen. Het ministerie van Financiën moet echter aantonen dat het bewijsmateriaal onverwacht is gevonden en niet opzettelijk is gezocht.

De rol van toeval in belastinginspecties

Tijdens een inspectie bij een onderneming, die toestemming had gekregen om de statutaire zetel te betreden voor het onderzoeken van de vennootschapsbelasting en BTW voor de jaren 2016 en 2017, vond het ministerie van Financiën onverwacht bewijsmateriaal. Dit materiaal leidde tot een uitbreiding van het onderzoek naar het jaar 2015.

Volgens Sandra Hernanz een gespecialiseerde belastingadvocaat, is dit een gebruikelijke situatie. Het ministerie moet aantonen dat het bewijsmateriaal onverwacht is gevonden en dat het relevant is voor de activiteiten van de onderneming. Het Hooggerechtshof heeft deze praktijken goedgekeurd, mits ze voldoen aan bepaalde voorwaarden.

Het inspectieproces bij zelfstandigen en ondernemers

Een inspectie bij een zelfstandige of onderneming kan op verschillende manieren plaatsvinden. Het ministerie van Financiën kan een beperkte verificatieprocedure starten, waarbij alle door de belastingbetaler verstrekte documentatie wordt onderzocht. Deze procedure duurt zes maanden.

Alternatief kan het ministerie een inspectie uitvoeren, waarbij het pand of huis wordt bezocht voor een gedetailleerd onderzoek. Deze inspecties duren veel langer, tussen de 18 en 27 maanden. Voor inspecties bij een grondwettelijk beschermd adres zoals de statutaire zetel, is rechterlijke toestemming vereist.

Inspecties kunnen zowel gedeeltelijk als algemeen zijn. Bij een algemene inspectie wordt de gehele belasting onderzocht. In het geval van de onderhavige inspectie ging het om de volledige vennootschapsbelasting en BTW voor twee jaar (2016 en 2017). Nadat de procedure was gestart, besloot het ministerie om de reikwijdte uit te breiden.

De impact van de beslissing van het Hooggerechtshof

De beslissing van het Hooggerechtshof heeft belangrijke implicaties voor de manier waarop belastinginspecties worden uitgevoerd. Het ministerie van Financiën kan nu onverwacht gevonden bewijsmateriaal gebruiken om het onderzoek uit te breiden, mits dit materiaal relevant is voor de activiteiten van de onderneming.

Het is echter van cruciaal belang dat het ministerie aantoont dat het bewijsmateriaal onverwacht is gevonden en niet opzettelijk is gezocht. Dit zorgt voor een evenwicht tussen de bevoegdheden van het ministerie en de rechten van de belastingbetaler.

De beslissing van het Hooggerechtshof is gebaseerd op het beginsel van volledige regularisatie waarbij alle relevante informatie moet worden onderzocht om een volledig beeld te krijgen van de financiële situatie van de onderneming.

Auteur

Sven Bakker