De bekende investeringsbank Citigroup heeft recent haar 12-maands prognoses voor Bitcoin en Ethereum fors naar beneden bijgesteld, een zet die marktdeelnemers deed opkijken. In de nieuwe scenario’s staat Bitcoin op een target van $112.000 (voorheen $143.000) en Ethereum op $3.175 (voorheen $4.304), wat neerkomt op een daling van bijna 30 procent ten opzichte van de eerdere verwachtingen.
Deze prognoses blijven echter boven de huidige prijzen, waardoor Citigroup nog steeds een opwaarts potentieel ziet ondanks de verlaagde inschatting.
Indice dei contenuti:
Wat zeggen de nieuwe targets concreet?
De herziene ramingen van Citigroup illustreren een duidelijke aanpassing van het sentiment richting de korte termijn. De bank baseert haar nieuwe cijfers op meerdere indicatoren, en niet alleen op prijsdata: fundamentele drivers zoals institutionele toetreding, liquiditeit en netwerkactiviteit spelen mee. Door de aanpassing zien beleggers enerzijds een meer conservatieve prognose, maar anderzijds blijft het plaatje van mogelijke verdere koersstijgingen staan zolang institutionele kapitaalinstroom en adoptie blijven toenemen.
Belangrijkste redenen achter de bijstelling
Volgens Citigroup wegen verschillende factoren op de vooruitzichten. Op de eerste plaats noemt de bank de vertraging rond de Amerikaanse CLARITY Act, een wetsvoorstel dat de rol van toezichthouders en de classificatie van digitale activa moet verduidelijken. De wet is momenteel vertraagd in het Congres en volgens verklaringen van wetgevers ligt een definitieve behandeling mogelijk niet vóór april, wat onzekerheid creëert voor institutionele spelers die wachten op juridische duidelijkheid.
Politieke onenigheid en stablecoins
Een kernpunt in het debat rond de CLARITY Act betreft stablecoins en de vraag of uitgevers rente of beloningen mogen geven aan gebruikers; dit onderwerp verdeelt banken en cryptobedrijven. Een stablecoin is een digitale munt met een waarde gekoppeld aan een stabiel activum, doorgaans de Amerikaanse dollar, en speelt een centrale rol in handels- en betalingsinfrastructuren. Banken vrezen dat hoge rendementen op stablecoins spaargeld kunnen aantrekken uit het traditionele systeem, waardoor politieke compromissen bijna onvermijdelijk lijken.
Marktsignalen: netwerkactiviteit en ETF-vraag
Naast politieke factoren signaleert Citigroup een daling in netwerkactiviteit op zowel Bitcoin als Ethereum, wat de vraag naar tokens kan remmen. De bank wijst ook op een tijdelijke terugval in de vraag naar ETF-producten die in crypto beleggen, hoewel er recente aanwijzingen zijn dat ETF-stromen weer herstellen. Deze dynamiek – minder on-chain activiteit, maar hernieuwde institutionele aankopen via ETF’s – geeft een gemengd beeld en verklaart deels waarom prognoses naar beneden zijn bijgesteld.
ETF’s keren terug, maar dat is niet onomstreden
De terugkeer van aankopen door ETF’s is merkbaar en vormt voor veel analisten een belangrijk tegenwicht tegen negatieve indicatoren. Tegelijkertijd benadrukt Citigroup dat ETF-gedrag volatiel kan zijn en dat herstel in instroom nog geen garantie biedt voor aanhoudende prijsstijgingen, vooral zolang politieke en regelgevende onzekerheden blijven bestaan.
Externe factoren en vooruitzichten
Een ander punt dat in discussies over de prognoses opduikt, is de invloed van geopolitieke gebeurtenissen. Sinds het begin van het conflict in Iran tonen Bitcoin en andere cryptomarkten relatieve sterkte vergeleken met sommige traditionele activa, iets wat sommige marktwaarnemers aanhalen als reden om Citigroup’s analyse als te veel op historische data gericht te beschouwen. Desondanks waarschuwen deskundigen dat zonder duidelijke wetgeving institutionele adoptie kan vertragen.
Analisten kijken ook naar langere termijnen: sommige prognoses van externe partijen suggereren dat definitieve wetgeving rond de CLARITY Act pas in 2027 kan worden aangenomen, met mogelijke invoering in 2029, wat aangeeft dat marktpartijen zich moeten instellen op een periode van blijvende onzekerheid. Voor beleggers betekent dit dat risicobeheer, aandacht voor ETF-stromen en monitoring van wetgevende stappen essentieel blijven.