Naar inhoud springen
18 september 2026

Duitse verkiezingen, Ossi’s en de neerwaartse golf van groene energie

Oost-Duitse kiezers kiezen massaal voor de AfD, terwijl energiegiganten in de zon- en windsector onder financiële druk bezwijken.

Duitse verkiezingen, Ossi’s en de neerwaartse golf van groene energie

De aanloop naar de deelstaatverkiezingen in Berlijn en Mecklenburg-Vorpommern zet de politieke scheidslijn tussen het oude West- en Oost-Duitsland scherp af. Waar de CDU van Olaf Scholz in de voormalige DDR vroeger rond de 35 % scorde, kapte de populariteit tot minder dan 12 % en steeg de steun voor de Alternative für Deutschland (AfD) tot bijna 45 %. Deze ommekeer wordt door veel analisten teruggevoerd op de ontvankelijkheid van Oost-Duitsers voor het migratie-beleid van 2015, de blijvende economische achterstand en een gevoel van culturele marginalisering.

Het “Wir schaffen das”-principe van toenmalig bondskanselier Angela Merkel opende de grenzen voor honderdduizenden vluchtelingen, een stap die in het westen werd geprezen, maar in de oostelijke deelstaten als een eenzijdige last werd gevoeld. Door een fiscale verdeelsleutel dragen rijkere deelstaten een groot deel van de kosten, terwijl Oost-Duitsland relatief weinig asielzoekers opvangt. Het resultaat is een groeiende politieke ontevredenheid die de AfD kan benutten.

Historische wonden en economische kloof

Na de val van de Muur werd de eenwording gepresenteerd als een herstel van de Duitse eenheid, maar veel Oost-Duitse burgers beschouwden het als een “vijandige overname”. De Treuhand grotendeels bestuurd door West-Duitse managers, privatiste 84 % van de bedrijven binnen de voormalige DDR, waarbij slechts een fractie in Oost-Duitse handen bleef. Deze decennialange kapitalistische transformatie heeft geleid tot een blijvend inkomensverschil: Oost-Duitsland blijft de armste regio van het federale land.

De economische achterstand wordt versterkt door de recente groei van buurland Polen, dat met een BBP per hoofd van ongeveer 29 000 euro de Oost-Duitse grens van 30 000 euro inhaalt, zonder extra subsidies uit West-Duitsland. Terwijl Polen een jaarlijkse groei van 3 % boekt, worstelt de oostelijke deelstaat met structurele werkloosheid en een uittocht van jonge talenten naar het Westen of zelfs naar het buitenland.

Ecologische sector onder druk

Tegelijkertijd kampt de Duitse groene-energiesector met een onverwachte terugslag. Grote spelers zoals Enerparc eigenaar van circa 500 zonneparken, hebben onlangs een faillissementsaanvraag ingediend met een schuld van ongeveer 3 miljard euro. Kort daarvoor volgde ook het windenergie-concern Sowitec Group. Andere bedrijven, waaronder BayWa r.e. en Abo Energy hebben reorganisaties aangekondigd om hun balans te stabiliseren.

De drijvende krachten achter deze crisis zijn onder meer het afnemen van overheidssubsidies, een stijgende rente die het lenen duurder maakt, en overbelasting van het elektriciteitsnet wanneer zonnige dagen een overschot aan productie opleveren. Het prijsmechanisme dwingt leveranciers tot lagere tarieven, waardoor de winstmarges krimpen. Daarnaast ondermijnt de komst van goedkope Chinese zonnepanelen de concurrentiepositie van Europese fabrikanten, waardoor zelfs particuliere eigenaren op daken kiezen voor betaalbare importproducten.

Ondanks deze turbulente periode investeren institutionele beleggers zoals Norges Bank Investment Management en Allianz nog steeds in grote projecten, bijvoorbeeld in offshore windparken en batterij-opslag. Deze kapitaalstromen geven echter geen garantie dat de bredere sector snel zal herstellen; structurele hervormingen van subsidie-beleid en net­capaciteit blijven essentieel.