De cijfers liegen niet: meerdere Europese grootbanken draaien pilots met stablecoins en tokenisatie om settlement en operationele efficiëntie te verbeteren. Dit zijn geen tech‑snufjes voor in‑house curiositeit — ze raken aan liquidity, spreads en hoe banken hun balansen managen.
Pragmatisch experimenteren
Banken veranderen zelden in één keer. Uit mijn tijd bij Deutsche Bank weet ik dat de eerste stap altijd praktisch is: klein testen, partners inschakelen, toezichthouders betrekken. Pilots toetsen technische haalbaarheid, maar uiteindelijk beslissen regelgeving en opschalingskosten of iets van de werkvloer naar productie gaat.
Wat Barclays onderzoekt
Barclays test verschillende on‑chain constructies, met als focus betalingsafwikkeling en het gebruik van stablecoins voor settlement. De kernvraag: hoe maken we Delivery versus Payment (DvP) sneller en minder foutgevoelig? Tokenisatie kan processen automatiseren, maar Barclays zoekt niet naar een eilandoplossing.
Interoperabiliteit, reconciliatie en liquidity management staan bovenaan de agenda — samen met de vraag of toezichthouders de aanpak accepteren.
BNP Paribas en hybride modellen
BNP Paribas zette een geldmarktfonds als token op het publieke Ethereum‑netwerk, maar bouwde er een permissioned toegangslayer omheen. Daarmee proberen ze het beste van twee werelden: de transparantie en schaal van een openbare keten zonder alle risico’s voor deelnemers bloot te leggen. Technisch gebruikte men ERC‑3643 om compliance‑regels (zoals KYC en lock‑ups) on‑chain te verankeren — een praktische manier om toezichtseisen te borgen zonder een volledig privaat netwerk te hoeven bouwen.
Qivalis: banken samen aan één euro‑stablecoin
Qivalis is een consortium van meerdere Europese banken (onder meer BBVA en UniCredit) dat een euro‑backed stablecoin voor institutionele betalingen ontwikkelt. De token is gericht op wholesale en B2B, met reserves in centrale‑banktegoeden en kortlopende staatsobligaties om liquiditeit en kapitaalbehoud te waarborgen. Het doel: atomische DvP‑settlement voor getokeniseerde waardepapieren en real‑time liquidity voor multinationals. Samenwerken verlaagt individuele risico’s en helpt standaarden te vormen — maar het brengt ook extra governance‑ en compliancekosten met zich mee.
Waarom dit ertoe doet
Kortere settlement‑tijden verlagen fundingkosten en drukken spreads. Voor bedrijven betekent dat sneller cashmanagement en minder counterparty‑risico. Regulering speelt hier een dubbele rol: strikte eisen (zoals MiCA) maken institutionele adoptie voorzichtiger, maar als die eisen helder en praktisch zijn, bieden ze net de zekerheid die banken nodig hebben om op te schalen.
Praktische knelpunten
De grootste kostenposten zijn operations, due diligence en integratie met legacy‑systemen. Technische PoC’s verschijnen snel; de echte bottleneck is governance en duidelijkheid van toezichthouders. Centrale banken die werken aan CBDC’s veranderen bovendien het politieke en regelgevende landschap — dat dwingt private initiatieven om transparant te zijn over spaarbescherming en systeemstabiliteit.
Wat de markt nu kan verwachten
– Meer hybride pilots: publiek netwerk voor schaal en transparantie, met permissioned toegang en on‑chain compliance (zoals ERC‑3643). – Interoperabiliteitstests tussen consortia en koppeling aan bestaande betalingsrails. – Gestandaardiseerde testprotocollen en nauwere afstemming met toezichthouders binnen 12–24 maanden. De technologie kan transacties sneller, transparanter en programmeerbaarder maken, maar custody, tegenpartij‑ en netwerkliquiditeitsrisico’s blijven reële uitdagingen. De komende fase draait minder om tech‑wow en meer om standaarden, toezicht en operatie‑klaar maken — precies die schakels die bepalen of pilots doorgroeien tot echte infrastructuur.