Naar inhoud springen
16 oktober 2026

Investering van Japan in US-chipproductie: 21 miljard dollar en 27.000 banen

Japan financiert grootschalige chipfabrieken in de VS, met duizenden banen en een nieuw hoofdstuk in de technologische samenwerking.

Investering van Japan in US-chipproductie: 21 miljard dollar en 27.000 banen

In het kader van een bredere overeenkomst tussen de regering van de Verenigde Staten en Tokio, hebben Japanse investeerders een financieringspakket van 21 Miljard dollar toegezegd voor de oprichting van twee chipfabrieken in de staat New York. De projecten zullen eigendom blijven van de Amerikaanse overheid, maar worden beheerd door de halfgeleiderproducent GlobalFoundries. Het plan maakt deel uit van een Japans-Amerikaans initiatief om de halfgeleiderindustrie te versterken en de afhankelijkheid van Chinese leveranciers te verkleinen.

De investering is gekoppeld aan een handelsdeal waarin Japan zich ertoe verbindt in de komende jaren 550 miljard dollar in de VS te storten. In ruil daarvoor heeft president Trump de importtarieven op Japanse auto’s verlaagd van 25 % naar 15 %. Deze tariefverlaging is meteen van kracht geworden, maar de VS hebben als voorwaarde gesteld dat de beloofde investeringen daadwerkelijk worden gerealiseerd.

Operationele details en economische impact

GlobalFoundries heeft verklaard dat de eerste faciliteit, een 300-mm wafer-fabriek voor circa 10 miljard dollar zal worden gebouwd op haar terrein in Malta, nabij Albany. De productie zou naar verwachting in 2029 van start gaan en jaarlijks ongeveer 900.000 wafers toevoegen aan de Amerikaanse capaciteit. Een tweede fabriek, die eveneens rond de 10 miljard dollar kan kosten, wordt pas tegen eind 2028 definitief beslist. De bouwfase moet 27.000 banen in de sector van constructie en levering genereren, terwijl meer dan 1.000 hoogopgeleide banen in de eigentijdse productie- en onderhoudsprocessen worden gecreëerd. Eerste klanten zijn het Japanse chipbedrijf Renesas en de Amerikaanse technologiegigant Apple.

Voor de operationele kant brengt GlobalFoundries de benodigde technologie en expertise in, terwijl Japan alle kapitaalinjecties levert. Het bedrijf ontvangt gedurende minstens twintig jaar een vergoeding voor het beheer van de fabrieken; het eerste jaar bedraagt deze vergoeding 50 miljoen dollar. Daarnaast krijgt het Amerikaanse ministerie van Handel een klein aandelenbelang van ongeveer 4 % waardoor het totale overheidsbelang stijgt van 3 % naar 7 %.

Strategische motivaties achter de samenwerking

Voor de Verenigde Staten is het cruciaal om de toeleveringsketen van kritieke halfgeleiders meer binnen eigen grenzen te houden. Terwijl het land de afgelopen jaren een inhaalslag heeft gemaakt, blijft men vrezen dat een dominante positie van China in de wereldwijde chipmarkt de nationale veiligheid kan ondermijnen. De 21-miljard-dollar-investering moet dan ook de Amerikaanse productiecapaciteit vergroten en de afhankelijkheid van Aziatische leveranciers verminderen.

Voor Japan is het project een manier om de economische band met Washington te verstevigen, zeker gezien de langdurige veiligheidsalliantie tussen beide landen. Een bijkomend doel is het terugleiden van de afhankelijkheid van goedkope Chinese chips. Door de productie van chips in de VS te ondersteunen, hoopt Japan tevens de markt voor eigen chipmachines en productietechnologieën te stimuleren, waardoor de binnenlandse technologie-sector een impuls krijgt.

Politieke en maatschappelijke reacties

Ondanks de economische voordelen uitert de Japanse publieke opinie gemengde gevoelens. Veel burgers vinden dat enorme sommen geld richting de VS vertrekken, terwijl ze liever zouden zien dat investeringen in de eigen industrie worden gedaan. Bovendien twijfelen sommige onderleggers aan de stabiliteit van de afspraken, gezien de soms onvoorspelbare houding van de voormalige Amerikaanse president. Een recent peiling liet zien dat meer dan een kwart van de Japanners de VS als grootste bedreiging voor de wereldvrede beschouwt.

In de Verenigde Staten bestaan er zorgen over de hoge loonkosten en de bouwvertragingen die bij vergelijkbare projecten zijn opgetreden. De bouw van een TSMC-fabriek in Arizona liep namelijk substantiëel achter, wat de haalbaarheid van een tijdige oplevering van de New York-faciliteiten in vraag stelt. Bovendien blijft het lastig om voldoende technisch geschoolde arbeidskrachten te vinden, aangezien de VS eerder de productie- en beheertaken uitbesteedde aan landen als Zuid-Korea, Taiwan, Japan en Nederland.

Samengevat staan beide partijen op een kruispunt tussen strategische noodzaak en operationele uitdagingen. De uitkomst van de investering zal niet alleen de Amerikaanse halfgeleidercapaciteit beïnvloeden, maar ook de economische dynamiek tussen Tokio en Washington op lange termijn vormgeven.