De recente geopolitieke escalatie in het Midden-Oosten heeft financiële markten flink in beweging gezet. Sinds de aanval van 28 februari zagen beleggers een scherpe stijging van de olieprijzen en een gelijktijdige daling van aandelenkoersen, een combinatie die bij veel strategen het woord stagflatie terug op tafel brengt.
De volatiliteitsindex VIX klom naar niveaus die sinds april 2026 niet meer werden gezien, terwijl kortlopende staatsobligaties relatief sterk in rendement opliepen ten opzichte van langlopende papieren.
De marktreactie is typisch: hogere energieprijzen drukken op het reëel besteedbaar inkomen en verhogen op korte termijn de inflatieverwachtingen, maar kunnen tegelijk de economische groei remmen. Deze dynamiek zorgt ervoor dat zowel beleidsmakers als institutionele beleggers heroverwegen welke koers de ECB zal inslaan, en of het oude uitgangspunt van renteverlagingen in 2026 nog houdbaar is.
Indice dei contenuti:
Waarom markten nu een stagflatiescenario serieus nemen
Een belangrijk signaal komt van de rentecurve: het fenomeen dat analisten aanduiden als curve flattening. Kortlopende Duitse staatsrentes stegen sterker dan de tienjaarsbund: het tienjarige rendement steeg naar 2,86% en het tweejarige naar 2,31% sinds het begin van het conflict tot 9 maart, wat aangeeft dat markten op korte termijn hogere tarieven verwachten. Tegelijkertijd stijgen inflatieverwachtingen op termijn niet overal even sterk, wat wijst op onzekerheid over de duur van de prijsstijgingen.
Korte versus lange rente
De bewegingen in de obligatiemarkt laten zien dat beleggers een verhoogd risico op aanhoudende prijsdruk in de nabije toekomst inschatten. Als kortlopende rendementen sneller stijgen dan lange, vraagt de markt zich af of centrale banken sneller of sterker moeten reageren. Zoals Luca Simoncelli van Invesco op 9 maart opmerkte, brengt de positieve correlatie tussen aandelen en obligaties het stagflatiescenario terug in beeld, al achten velen de kans nog beperkt.
Inflatie-indicatoren en derivaten
Niet alleen nominale rendementen zijn relevant: ook inflation-linked obligaties en inflatieswaps geven signalen. Swapcontracten op één jaar klommen, terwijl sommige index-linked papieren relatief gematigde stijgingen van de verwachte inflatie laten zien. Dat impliceert dat de markt een kortstondige inflatiepiek verwacht, maar onzeker is over de langetermijnimpact.
Hoe waarschijnlijk is stagflatie voor Europa?
Europa is kwetsbaarder dan andere regio’s omdat hier zowel olie- als gasprijzen sterk meetellen voor inflatie en productie. Als de olieprijs langdurig boven $100 per vat blijft — of erger, richting $110–120 — zullen zowel consumenteninflatie als inflatieverwachtingen duidelijk omhoog gaan, aldus Filippo Diodovich van IG Italia. Een gelijktijdige gasprijsimpuls kan het reële inkomen verder aantasten en economische activiteit afremmen: precies het recept voor stagflatie.
Beoordelingen van onderzoeks- en adviesteams
Toch beschouwen veel instituties het worstcasescenario als niet het meest waarschijnlijk. Mike Coop van Morningstar Wealth schat de kans op een echte stagflatiecrisis op 20–25%, en het onderzoeksteam van Julius Baer zet de kans op een volledige oliecrisis onder de 5%, met een grotere waarschijnlijkheid (>60%) voor een scenario dat “kort en intens” is, waarbij Brent tussen $80–90 zou blijven. Morningstar DBRS merkt op dat het huidige prijsshock minder ernstig lijkt dan in 2026, onder meer door lagere rente- en inflatiebasisniveaus.
Gevolgen voor beleid en beleggers
Monetair beleid staat onder druk: markten geven steeds minder gewicht aan renteverlagingen in 2026 en beginnen eerder rekening te houden met extra renteverhogingen. Intermonte meldde op 10 maart dat de markt bijna twee renteverhogingen in prijs zet voor het jaar. Centrale bankiers zoals Joachim Nagel benadrukken dat de impact op inflatie momenteel zorgwekkender is dan die op groei, maar benadrukken ook de grote onzekerheid door marktvorkommen.
Voor beleggers betekent dit dat risicobeheer en scenarioplanning essentieel zijn: houd energiegerelateerde blootstellingen, duration in obligatieportefeuilles en inflatiegevoelige activa in de gaten. Tegelijkertijd kunnen beleidsreacties (zoals mogelijke vrijgave van strategische olievoorraden door de G7) en geopolitieke ontwikkelingen (zoals signalen van mogelijke afkoeling of escalatie) het speelveld snel veranderen. Diversificatie en flexibiliteit blijven cruciaal wanneer markten een combinatie van stagnatie en hogere prijzen beginnen te prijzen.