Op 30 maart 2026 sprak Jerome Powell aan de Harvard-universiteit over beleid, risico’s en vooruitzichten. In zijn toespraak raakte hij uiteenlopende thema’s: van de mogelijke inflatie-impuls door de energiecrisis tot de toestand van de arbeidsmarkt, van de spanningen rond Iran tot zorgen over private credit.
Zijn toon werd door marktobservatoren omschreven als rustiger en meer bedachtzaam dan verwacht; woorden die door beleggers deels zijn genegeerd, maar die wel bewegingen veroorzaakten op de rente- en obligatiemarkt.
Powell benadrukte dat de Fed zich in een positie bevindt om te kiezen voor een wait-and-see-aanpak en dat het nog te vroeg is om de volledige impact van de olieprijsstijging op de inflatie te meten. Hij herhaalde de inzet om inflatie naar 2% te brengen en wees erop dat sommige schokken vooral aanbodgedreven zijn, waardoor traditionele monetaire instrumenten beperkt effectief kunnen zijn.
Tegelijk gaf hij geruststelling over het gebrek aan systemisch risico bij private kredietproducten.
Indice dei contenuti:
Belangrijkste boodschappen van Powell
De centrale lijn in Powell’s uiteenzetting was dat de huidige schokken, met name de stijgende energieprijzen door het conflict rond Iran, nog niet voldoende inzicht geven voor beleidswijzigingen. Hij stelde dat het prematuur is om te concluderen welk deel van de oplopende prijzen structureel zal aanhouden. Bovendien noemde hij de effecten van tarieven van de Amerikaanse regering als grotendeels eenmalig, met een inschatting van een extra bijdrage aan inflatie tussen ongeveer 0,5% en 1%, wat markten interpreteerden als een relatief zachte lezing.
Inflatieverwachtingen en beleidsruimte
Powell waarschuwde expliciet voor het belang van het monitoren van inflatieverwachtingen. Hij gaf aan dat, hoewel de verwachtingen nog relatief verankerd lijken, deze continu in de gaten moeten blijven. De Fed voelt volgens hem enige spanning tussen haar twee doelstellingen — maximale werkgelegenheid en prijsstabiliteit — maar behoudt naar eigen zeggen voldoende beleidsruimte om af te wachten en te evalueren. De markt kreeg ook de herinnering dat de volgende beslissingsmomenten van het FOMC in de nabije toekomst liggen, met als belangrijk moment de vergadering die gepland staat op 29 april 2026.
Private credit en handelsmaatregelen
Een geruststellende passage voor veel beleggers betrof het private credit. Powell kwalificeerde huidige spanningen in dat segment eerder als een correctie dan als het begin van een bredere systeemcrisis. Dat standpunt maakte duidelijk dat toezichthouders het probleem volgen, maar op dit moment geen signalen zien van onmiddellijke doorwerking naar andere delen van het financiële stelsel. Over de invoerheffingen stelde hij dat de effecten op inflatie waarschijnlijk tijdelijk zijn, wat door sommige marktpartijen als een aanwijzing voor toekomstige versoepeling (renteverlagingen) werd opgevat.
Marktreacties en gevolgen voor rentes
De meest opvallende marktreactie vond plaats op de obligatiemarkt: de rendementen op staatsobligaties, zowel kort als lang, daalden na Powell’s opmerkingen. De beweging suggereerde dat handelaren de kans op een strakke beleidslijn bij een energieprijsstijging minder ingecalculeerd hadden; in plaats daarvan verdween geleidelijk de verwachting van een directe verkrapping. Tegelijkertijd bleef de volatiliteit in grondstoffen bestaan: de olieprijs steeg en noteerde weer boven de $100 per vat, wat extra aandacht vroeg voor de transmissie naar consumentenprijzen.
Regionale verschillen en voortdurende onzekerheden
De reactie in Europa was gemengd: sommige centrale bankbestuurders toonden zich voorzichtiger dan Powell, en markten in Milaan en elders reflecteerden zowel geopolitieke risico’s als sectorale drivers (bijvoorbeeld sterke prestaties van autogerelateerde aandelen en nutsbedrijven). Op de vastrentende markt zagen we spreads en rendementen bewegen; beleggers blijven alert op macrodata, waaronder de aankomende werkloosheidscijfers die later in de week verschijnen, en op cijfers over inflatie in de eurozone die de impact van de energiechok verder moeten duiden.
Wat beleggers nu moeten volgen
Voor de korte tot middellange termijn blijven drie zaken cruciaal: 1) de ontwikkeling van de energieprijzen en de vraag of de schok blijvende inflatie veroorzaakt; 2) signalen uit de arbeidsmarkt en belangrijke macrodata die het beleidsperspectief kunnen bevestigen of veranderen; en 3) voortschrijdend nieuws over private credit en bredere financiële stabiliteit. Powell’s boodschap op 30 maart 2026 gaf beleggers aanleiding om verwachtingen aan te passen, maar niet om risico’s volledig uit te sluiten. Het blijft een periode van hoge onzekerheid waarin markten gevoelig reageren op zowel nieuws uit het Midden-Oosten als op beleidscommentaren van centrale bankiers.