Uit recent onderzoek blijkt dat 44 % van de Nederlanders beleggen beschouwt als een activiteit die lijkt op een gokspel. Deze perceptie heeft directe gevolgen voor de manier waarop huishoudens hun geld beheren. Terwijl spaartegoeden blijven groeien, blijft de participatie in de kapitaalmarkten achter bij andere westerse landen.
De cijfers van De Nederlandsche Bank laten zien dat aan het einde van juni alle Nederlanders gezamenlijk ongeveer €552,6 miljard aan spaartegoeden bezaten. Daarbovenop lagen nog eens €113 miljard op betaalrekeningen. Daarentegen bedroegen de totale beleggingen – waaronder aandelen, obligaties en beleggingsfondsen – slechts €234 miljard. Deze scheve verhouding onderstreept het label ‘spaarland’ dat Nederland vaak krijgt.
Spaargewoonten in Nederland
Voor veel Nederlanders biedt een spaarrekening een gevoel van zekerheid. Ze weten precies welk bedrag ze aan het einde van de maand terugkrijgen, terwijl beleggen wordt geassocieerd met volatiliteit en de mogelijkheid een deel van de inleg te verliezen. Deskundigen wijzen erop dat deze voorkeur voor zekerheid niet zonder consequenties is: de gemiddeldes van de afgelopen decennia laten zien dat spaartegoeden niet dezelfde groeikansen bieden als aandelen.
Beleggen versus sparen: cijfers en rendement
Tussen 2002 en 2025 leverden beleggingen gemiddeld een jaarlijks rendement van 6 % op, terwijl spaarrekeningen in dezelfde periode slechts 1,2 % opleverden. Het verschil lijkt klein, maar op de lange termijn leidt het tot een enorm kapitaalverschil. Bovendien kun je bij beleggen profiteren van het rente-op-rente-effect omdat de behaalde winsten opnieuw geïnvesteerd kunnen worden.
Inflatie, rente en koopkracht
De rentestand op spaarrekeningen ligt vaak onder het inflatieniveau. Wanneer de inflatie hoger is dan de rente, daalt de koopkracht van het gespaarde bedrag, zelfs als het nominale saldo groeit. Met de huidige inflatiecijfers betekent dit dat spaarders in feite geld verliezen, terwijl beleggers de mogelijkheid hebben om hun vermogen te laten groeien en zo de inflatie te overtreffen.
Effect op de economie en de jongere generatie
Beleggen gaat niet alleen over individueel rendement; het is tevens een vorm van investering in de reële economie. Door aandelen te kopen, steken beleggers kapitaal in ondernemingen, die vervolgens kunnen investeren in innovatie, uitbreiding en werkgelegenheid. Het niet benutten van dit potentieel betekent dat €300 miljard aan mogelijke economische groei onbenut blijft. Interessant genoeg blijkt dat 40 % van de 25- tot 34-jarigen al belegt, wat hoger is dan het landelijk gemiddelde. Deze groep erkent dat de spaarrente onvoldoende is om inflatie te compenseren en zoekt actief naar alternatieven.
Het verschuiven van een deel van de spaargelden naar de kapitaalmarkt kan zowel het individuele vermogen als de collectieve economische groei aanzienlijk verbeteren.



