Naar inhoud springen
1 juli 2026

Box 3-herstel: financiële impact en juridische uitspraken in 2026

Het box 3-herstel blijft een complex proces met grote financiële en juridische implicaties. Ontdek de laatste ontwikkelingen en hoe dit belastingplichtigen beïnvloedt.

Box 3-herstel: financiële impact en juridische uitspraken in 2026

Het box 3-herstel blijft een prominent onderwerp in de Nederlandse belastingwereld. Na de arresten van de Hoge Raad over de belastingheffing in box 3, is er een grootschalige operatie aan de gang om belastingplichtigen te compenseren voor te hoge heffingen. In 2026 komen nieuwe ontwikkelingen aan het licht die zowel belastingplichtigen als de overheid raken.

De Belastingdienst heeft al miljoenen brieven verstuurd aan belastingplichtigen die mogelijk recht hebben op herstel of een beroep kunnen doen op de tegenbewijsregeling. Tot juni 2026 zijn er al 804.411 formulieren Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) ingediend, waarvan er nog 625.500 in de werkvoorraad staan. Dit laat zien dat de operatie nog lang zal duren.

De omvang van de box 3-operatie

De hersteloperatie is van enorme omvang. Tot mei 2026 zijn bijna 7,2 miljoen brieven verstuurd over de tegenbewijsregeling box 3. Hiervan bevatten 4,26 miljoen brieven ook een uitnodiging om een formulier OWR in te dienen. In de rest van 2026 en in 2027 volgen naar verwachting nog eens 3,7 miljoen uitnodigingsbrieven.

Het formulier OWR is bedoeld voor belastingplichtigen die aannemelijk willen maken dat hun werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement waarover belasting is geheven. Het herstel ziet op de belastingjaren 2017 tot en met 2026. Vanaf 2026 is het opgeven van het werkelijke rendement geïntegreerd in de aangifte.

De Belastingdienst verwerkt de formulieren gefaseerd. Pas sinds het voorjaar van 2026 is er echt sprake van op gang gekomen afhandeling. Dit komt onder meer door ICT-aanpassingen, werving en opleiding van medewerkers en het gecontroleerd opstarten van de verwerking.

Juridische uitspraken en hun impact

De Hoge Raad heeft recentelijk een uitspraak gedaan die grote gevolgen heeft voor belastingplichtigen. Alleen belastingplichtigen die destijds tijdig bezwaar maakten tegen de forfaitaire box 3-heffing kunnen aanspraak maken op rechtsherstel. Dit volgt op het zogeheten Kerstarrest van december 2026, waarin de Hoge Raad oordeelde dat het box 3-stelsel in strijd was met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht.

De uitspraak betekent dat belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt, geen recht hebben op vermindering van hun aanslag of teruggaaf van belasting. Dit heeft geleid tot teleurstelling bij organisaties zoals de SRA die hadden gehoopt op een gelijkere behandeling.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding terug te komen op zijn eerdere oordeel. Volgens het hoogste rechtscollege verkeren belastingplichtigen die geen bezwaar maakten niet in dezelfde juridische positie als degenen die dat wel deden. Daarom is volgens de Hoge Raad geen sprake van ongelijke behandeling of discriminatie.

Financiële gevolgen en toekomstperspectief

Voor het rechtsherstel in box 3 is eerder in totaal 16,6 miljard euro gereserveerd. Volgens Eerenberg is er op dit moment nog te weinig informatie om te zeggen of de hersteloperatie uiteindelijk goedkoper of duurder uitvalt dan geraamd. Hij verwacht daar pas in het najaar meer duidelijkheid over.

De behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3 loopt parallel. Dit wetsvoorstel moet vanaf 2028 het nieuwe stelsel vormen, waarin niet langer forfaitaire rendementen centraal staan, maar het werkelijke rendement. Als hoofdregel wordt gekozen voor een vermogensaanwasbelasting, waardoor ook niet-gerealiseerde waardestijgingen worden belast.

Het kabinet heeft aangegeven vast te willen houden aan invoering per 2028, maar erkent ook dat er brede steun is voor een latere doorontwikkeling naar een vermogenswinstbelasting. Eventuele aanpassingen die geld kosten, moeten volgens Financiën worden gedekt in ‘het brede vermogensdomein’.

De operatie vraagt ook veel capaciteit. De uitvoeringskosten bedroegen in 2026 44 miljoen euro en zijn voor 2026 begroot op 72 miljoen euro. Eind 2026 ging het om bijna 700 fte. Dit aantal blijft de komende jaren naar verwachting ongeveer op dat niveau.