De Hoge Raad heeft op 19 juni 2026 een belangrijk besluit genomen dat van grote invloed is op Nederlanders met een Duits pensioen. In een zaak tegen de staatssecretaris van Financiën heeft het college besloten dat uitkeringen uit de Duitse gesetzliche Rentenversicherung slechts gedeeltelijk belastbaar zijn in Nederland. Dit besluit komt na jaren van onzekerheid en strijd voor veel ouderen.
De zaak draait om een Nederlander, die we Klaus noemen, die tussen 1980 en 1997 in Duitsland woonde en werkte. Na zijn verhuizing naar Nederland ontving hij in 2018 een ouderdomsuitkering uit de Duitse pensioenregeling. De Belastingdienst rekende het volledige bedrag tot het belastbare inkomen, maar Klaus betoogde dat slechts 45% van de uitkeringen in Nederland belastbaar zou moeten zijn, omdat slechts 45% van de betaalde premies aftrekbaar was in Duitsland.
De beslissing van de Hoge Raad
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgde de redenering van Klaus en beperkte de belastingheffing tot 45% van de uitkeringen. De Hoge Raad bevestigde dit besluit op 19 juni 2026. Het college benadrukte dat artikel 3.82 van de Wet IB 2001 bepalend is voor deze situatie. Dit artikel stelt dat uitkeringen uit een buitenlandse pensioenregeling slechts belastbaar zijn voor zover de aanspraken niet eerder aan een met de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting vergelijkbare heffing zijn onderworpen.
De Hoge Raad verwerpt het standpunt van de staatssecretaris dat de uitkeringen volledig belastbaar zijn als loon uit vroegere dienstbetrekking. Het college benadrukt dat artikel 3.82 een bijzondere regeling vormt ten opzichte van het algemene loonbegrip van artikel 3.81. Daardoor komt men in dit soort gevallen niet toe aan toepassing van dat algemene loonbegrip.
Gevolgen voor gedupeerden
Volgens het Algemeen Dagblad zijn er zo’n 65.000 Nederlanders die jarenlang dubbel belasting hebben betaald over hun Duits pensioen. Het gaat bij elkaar om ongeveer 200 miljoen euro die zij te veel betaald hebben. De Hoge Raad tikt de Belastingdienst nu op de vingers en besluit dat Nederland het Duitse pensioen niet langer volledig mag belasten. Nederland mag alleen belasting heffen over het deel van het pensioen waarover destijds in Duitsland belastingvoordeel is genoten.
Een van de gedupeerden reageert opgelucht bij het AD. Hij werkte negen jaar als timmerman in Duitsland en bouwde daar een klein pensioen op. Sinds 2016 betaalt hij hierover belasting aan de Nederlandse staat, terwijl hij eerder al in Duitsland was aangeslagen. Met de strijdkreet ‘Stop plunderen buitenlands pensioen’ gingen gedupeerden de strijd aan met de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën. Met resultaat, met uiteindelijk dus succes.
Toekomstige stappen
De volgende stap is het terugkrijgen van het te veel betaalde geld. De Belastingdienst kan nog niet aangeven of en wanneer zij de gedupeerden terugbetaalt. Voor aanslagen die nog niet onherroepelijk vaststaan, is de zaak helder: die volgen dit arrest. Lastiger is het voor wie géén bezwaar heeft gemaakt en bij wie de aanslag onherroepelijk is. In dat geval is een verzoek om ambtshalve vermindering de enige optie.
Op 25 juni 2026 wordt een arrest verwacht over de vraag wat er moet gebeuren met de mensen die géén bezwaar tegen hun box 3-aanslag hebben gemaakt. Dit kan een aanwijzing geven over hoe rechter en wetgever omgaan met de groep niet-bezwaarmakers. Het is een waarschuwing voor de Belastingdienst om de gedupeerden zo snel mogelijk terug te betalen.
