Naar inhoud springen
4 juni 2026

Case Green Richtlijn: Wat betekent de Europese norm voor energiezuinige gebouwen voor Nederland?

De Europese Unie heeft nieuwe regels ingevoerd voor energiezuinige gebouwen. Ontdek wat de Case Green richtlijn betekent voor Nederland en hoe deze uw woning of bedrijfspand kan beïnvloeden.

Case Green Richtlijn: Wat betekent de Europese norm voor energiezuinige gebouwen voor Nederland?

De Europese Richtlijn voor Energieprestaties van Gebouwen (EPBD) is een cruciale stap in de richting van een duurzamere toekomst. Met de nieuwe regels, bekend als de Case Green richtlijn, streeft de Europese Unie naar een gebouwenpark met nul emissies tegen 2050. Voor Nederland betekent dit aanzienlijke veranderingen in de manier waarop we onze gebouwen bouwen, renoveren en gebruiken.

De richtlijn, officieel bekend als (UE) 2026/1275, is op 8 mei 2026 gepubliceerd en trad in werking op 28 mei 2026. De termijn voor de lidstaten om de richtlijn te implementeren was 29 mei 2026. Helaas heeft Nederland deze termijn niet gehaald, wat betekent dat de nieuwe regels nog niet van kracht zijn in ons land. Desondanks zijn er al enkele veranderingen doorgevoerd via het decreet Minimumvereisten, dat op 3 juni 2026 in werking is getreden.

Wat verandert er voor bestaande gebouwen?

Het hart van de richtlijn ligt in de vernieuwing van het bestaande gebouwenbestand. In Europa is ongeveer 75% van de gebouwen nog steeds energie-inefficiënt. De richtlijn introduceert minimumnormen voor energieprestaties voor niet-residentiële gebouwen. Tot 2030 moeten ten minste 16% van de slechtste gebouwen worden gerenoveerd, en tot 2033 moet dit percentage stijgen naar 26%.

Voor residentiële gebouwen moet elk lidstaat een nationale traject definieren om het gemiddelde verbruik van primaire energie te verlagen. Tot 2030 moet dit met ten minste 16% dalen, en tot 2035 met 20-22% ten opzichte van 2026. Een andere belangrijke verandering is de introductie van het renovatiepaspoort, een persoonlijk plan voor de diepe renovatie van een gebouw in fasen, met het doel om het om te zetten in een gebouw met nul emissies.

De impact op hypotheken

De richtlijn EPBD 2026/1275 heeft ook implicaties voor de hypotheekmarkt. Artikel 17 moedigt lidstaten aan om groene hypotheken en groene leningen te promoten als instrumenten voor het financieren van energiegerelateerde renovaties. Artikel 2 introduceert de definitie van normen voor hypotheekportefeuilles, mechanismen die banken stimuleren om de gemiddelde energieprestaties van de gebouwen in hun portefeuille te verbeteren.

Hoewel deze elementen nog niet van kracht zijn in Nederland, is het belangrijk om ze in de gaten te houden. Ze geven een indicatie van de richting die Europa uitgaat en zullen uiteindelijk de logica beïnvloeden waarop banken het risico en de rendabiliteit van hypotheken op energie-inefficiënte gebouwen beoordelen.

Het nieuwe Energieprestatiecertificaat (EPC)

Een van de belangrijkste veranderingen die al van kracht zijn, dankzij het decreet Minimumvereisten, is het Energieprestatiecertificaat (EPC). Sinds 3 juni 2026 moeten nieuwe EPC’s meer indicatoren bevatten, niet alleen de consumptie van primaire energie, maar ook eindenergie, het aandeel van hernieuwbare bronnen, operationele emissies en het Global Warming Potential (GWP).

Het GWP, uitgedrukt in kgCO₂eq/m², is de belangrijkste conceptuele verandering. Het houdt niet alleen rekening met het dagelijkse gebruik van het gebouw, maar ook met materialen, constructie, onderhoud en sloop. Het GWP zal in fasen worden geïntroduceerd: vanaf 2028 voor nieuwe gebouwen boven de 1.000 m², en vanaf 2030 voor alle nieuwe constructies.

De schaal van classificatie verandert ook. De nieuwe normen voorzien in een schaal van A tot G, waarbij A gereserveerd is voor gebouwen met nul emissies en G voor de minst efficiënte gebouwen in het nationale bestand. Nederland, dat momenteel de klassen A1 tot A4 gebruikt, moet zijn systeem aanpassen. De richtlijn voorziet ook in een optionele klasse A+ voor gebouwen die meer hernieuwbare energie op locatie produceren dan ze verbruiken.

Wat moet u doen?

Het EPC blijft verplicht bij koop en verhuur. Tot 29 mei 2026 zou het EPC moeten worden bijgewerkt met de indicaties van de nieuwe richtlijn EPBD. Wie al een geldig EPC heeft, hoeft niets te doen. Het attest blijft geldig tot de normale verloopdatum van tien jaar, onafhankelijk van de inwerkingtreding van de nieuwe normen. De uitzondering geldt voor wie interventies uitvoert die de energieprestaties van het gebouw veranderen: in dat geval moet het EPC onmiddellijk worden bijgewerkt.

Wat is er al veranderd en wat moet er nog veranderen?

Hier is een overzicht van de belangrijkste veranderingen en wat er nog moet gebeuren:

  • Nieuwe indicatoren in nieuwe EPC’s (eindenergie, gedeeltelijk GWP): In werking sinds 3 juni 2026 via het decreet Minimumvereisten.
  • Nieuwe schaal A–G: Moet in werking treden vanaf 29 mei 2026, maar nog niet geïmplementeerd in Nederland.
  • Minimumnormen voor niet-residentiële gebouwen: Moet in werking treden vanaf 2030, maar nog niet geïmplementeerd in Nederland.
  • Renovatiepaspoort: Moet in werking treden vanaf 29 mei 2026, maar nog niet geïmplementeerd in Nederland.
  • Alle nieuwe gebouwen met nul emissies: Moet in werking treden vanaf 2030, maar nog niet geïmplementeerd in Nederland.
  • Normen voor hypotheekportefeuilles: Nog te bepalen, nog niet geïmplementeerd in Nederland.
Auteur

Staff