De laatste maanden hebben een aantal opvallende cryptovaluta-incidenten de aandacht van zowel opsporingsdiensten als de rechterlijke macht getrokken. Terwijl digitale munten steeds meer geïntegreerd worden in alledaagse transacties, ontstaan er tevens nieuwe vormen van oplichting. In dit artikel belichten we twee afzonderlijke gevallen: een lokale fraude rond Rolex-horloges in Almelo en een gerechtelijke uitspraak waarbij de beurs Bybit verplicht werd om gegevens van verdachten te verstrekken.
Almelo: Rolex-verkopers opgelicht met namaak-cryptovaluta
Op woensdag 9 september heeft de politie van Oost-Nederland twee verdachten aangehouden die via een populaire verkoopsite verschillende luxe horloges van het merk Rolex hebben gekocht. De verkopers ontvingen betaling in een digitale token die zij geloofden een legitieme cryptovaluta te zijn. Later bleek de token een vervalsing te betreffen, waardoor de kopers niet in staat waren de overeengekomen som te ontvangen. De politie spreekt van een complexe zwendel waarbij de daders valse wallet-adressen gebruikten om de transacties te maskeren.
Hoe de zwendel werkte
Volgens de aanwijzingen van de opsporingsbrigade werd er eerst een ogenschijnlijk betrouwbaar offerte-platform opgezet, waarop de verkopers hun Rolex-modellen aanboden. Potentiële kopers werden vervolgens doorverwezen naar een externe website die zogenaamd cryptovaluta verhandelde. Na betaling in de nep-token werd een bevestiging gestuurd, terwijl het geld in werkelijkheid direct naar een offshore wallet werd omgeleid. Zodra de verkoper de horloges verzond, verdween de fraudeur en bleek de digitale munt waardeloos.
Gerechtelijke uitspraak tegen Bybit na boilerroom-fraude
In een apart maar verwant geval heeft de rechtbank in Den Haag op 25 augustus 2026 een kort geding uitgesproken waarbij een vrouw, die een bedrag van circa € 2,4 miljoen verloor aan een zogenaamd boilerroomfraudeBybit verplichtde om de identiteit en transactiegeschiedenis van twee cryptorekeningen te overhandigen. De vordering was gebaseerd op artikel 194 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat inzage in gegevens toestaat wanneer de verzoeker een voldoende belang heeft.
Juridisch kader en beslissing
De rechter stelde dat er een duidelijk spoedeisend belang bestond, omdat de eiseres zonder de verstrekte gegevens geen vervolgstappen tegen de vermeende fraudeurs kon ondernemen. Bovendien werd geoordeeld dat de privacy-gevoelige aard van de gegevens niet zwaarder weegde dan het voorkomen van verder financieel verlies, zeker gezien de zaak draaide om boilerroomfraude. Bybit verzette zich niet tegen de uitspraak en kreeg een termijn van zeven dagen om de gevraagde identificatie- en transactiegegevens te leveren, inclusief een Duitse vertaling van het vonnis.
Beide incidenten illustreren hoe digitale valuta, hoewel nuttig, steeds vaker als instrument voor criminele activiteiten worden misbruikt. De politie van Almelo heeft inmiddels een onderzoek gestart naar de omvang van de fraude, en de door de rechter opgedragen gegevenslevering zal naar verwachting leiden tot verdere opsporing van de betrokken partijen. Het is een waarschuwing voor zowel consumenten als bedrijven om extra controle uit te oefenen bij transacties die via cryptovaluta verlopen.



