Nederlandse pensioenfondsen hebben in de afgelopen jaren een aanzienlijk deel van hun vermogen geïnvesteerd in private beleggingen. Deze investeringen, waaronder private credit bieden hogere rendementen, maar brengen ook grotere risico’s met zich mee. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft recent onderzoek gedaan naar deze ontwikkelingen en waarschuwt voor de potentiële gevolgen voor pensioengeld.
Eind 2026 hadden grote Nederlandse pensioenfondsen ongeveer €229 miljard belegd in private assets, wat neerkomt op ongeveer 23 procent van hun totale beleggingsportefeuille. Van dit bedrag was €13,1 miljard geïnvesteerd in private credit, een vorm van leningen aan bedrijven die niet via traditionele banken of effectenbeurzen worden verstrekt. Deze beleggingen zijn minder transparant en vaak moeilijker te verkopen, wat extra risico’s met zich meebrengt.
Wat is private credit en waarom beleggen pensioenfondsen hierin?
Bij private credit leent een pensioenfonds of andere investeerder direct of via een fonds geld aan ondernemingen. Dit kan aantrekkelijk zijn voor bedrijven die geen toegang hebben tot traditionele bankkredieten of die strengere voorwaarden willen vermijden. Voor investeerders betekent dit vaak een hoger rendement, maar ook een groter risico. De onderneming kan financiële problemen krijgen, de waarde van de lening kan dalen, of het geïnvesteerde geld kan langere tijd vastzitten.
Een belangrijk verschil tussen private beleggingen en traditionele beleggingen is de transparantie. Bij beursgenoteerde aandelen is de actuele marktprijs altijd zichtbaar, terwijl bij private beleggingen de waarde periodiek wordt vastgesteld met modellen en rapportages. Dit betekent dat verslechterende marktomstandigheden vertraagd in de waardering terechtkomen, wat plotselinge aanpassingen kan veroorzaken. Daarnaast zijn private beleggingen vaak niet eenvoudig verkoopbaar, wat problemen kan geven als een pensioenfonds snel geld nodig heeft.
DNB waarschuwt voor risico’s maar ziet geen onmiddellijke crisis
DNB benadrukt dat de huidige blootstelling aan private beleggingen niet direct wijst op grote systeemrisico’s. Pensioenfondsen beleggen voor de lange termijn en hoeven hun bezittingen doorgaans niet massaal van de ene op de andere dag te verkopen. De zorgen gaan vooral over de snelle groei van deze markten, de onderlinge verwevenheid van financiële instellingen en het gebrek aan volledige, actuele informatie.
Om deze risico’s beter te begrijpen, onderzoekt DNB de mogelijkheid van stresstesten voor private markten. Hiermee kan worden bekeken wat er gebeurt wanneer de economie in een recessie terechtkomt, bedrijven hun leningen niet meer kunnen betalen of beleggers tegelijk hun geld willen terughalen. Dit onderzoek is essentieel om de stabiliteit van het pensioenstelsel te waarborgen.
Verzekeraars en private credit
Naast pensioenfondsen beleggen ook verzekeraars in private markten. Hun blootstelling aan private credit groeide van €12,8 miljard in 2026 naar €17,5 miljard in 2026. Dit bedrag vertegenwoordigde ongeveer 8,3 procent van het belegde vermogen van de onderzochte verzekeraars, wat betekent dat ze relatief sterker afhankelijk zijn van private credit dan pensioenfondsen. Bij pensioenfondsen bleef het bedrag aan private credit tussen 2026 en 2026 vrijwel gelijk.
Voor pensioendeelnemers is het belangrijk om te weten dat ze bij een collectief pensioenfonds meestal niet zelf kunnen kiezen waarin hun deel van het vermogen wordt belegd. De beleggingsbeslissingen worden door het fonds genomen binnen het vastgestelde risicobeleid. Wel publiceren pensioenfondsen informatie over hun beleggingen, risico’s, kosten en behaalde rendementen. Deelnemers kunnen in het jaarverslag of op de website van hun fonds controleren welk deel in aandelen, obligaties en private beleggingen zit, welke risico’s het fonds accepteert, en hoe het beleggingsbeleid verandert bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
De conclusie is niet dat €13,1 miljard aan private leningen automatisch verloren dreigt te gaan. Private beleggingen kunnen het rendement spreiden en bedrijven van financiering voorzien. Maar doordat het om pensioengeld gaat, is maximale duidelijkheid over de risico’s geen overbodige luxe.