Nederland staat voor een complexe infrastructuurcrisis die niet het resultaat is van één onverwachte crisis, maar van jarenlang uitstel van noodzakelijke investeringen. Het elektriciteitsnetwoningbouw en grote delen van de infrastructuur botsen tegelijk op grenzen die al jaren bekend waren. De rekening van dit uitstel belandt steeds vaker bij bewoners, woningzoekenden en ondernemers.
De situatie is nijpend, vooral in de woningbouw. Gemeenten vragen projectontwikkelaars om woningbouwplannen met spoed aan te melden voor een volgordelijst voor netcapaciteit. Wie op die lijst komt, heeft echter nog geen garantie op een aansluiting. De netbeheerder beslist uiteindelijk wat mogelijk is, waardoor elektriciteit een schaars goed is geworden waarvoor projecten onderling moeten concurreren.
De elektriciteitscrisis: een kwestie van vooruitziendheid
De verzwaring van het elektriciteitsnet is meer dan gewoon onderhoud. Er zijn extra kabels, transformatorstations en hoogspanningsverbindingen nodig om de groeiende vraag en teruglevering aan het net te verwerken. Toch lijkt er bij zowel overheid, toezichthouders als netbeheerders lange tijd te voorzichtig te zijn omgegaan met dergelijke investeringen.
De terughoudendheid had begrijpelijke oorzaken. Netbeheerders worden gereguleerd om doelmatig te werken en tarieven voor huishoudens betaalbaar te houden. Investeringen in capaciteit die misschien pas jaren later nodig is, konden worden gezien als inefficiënt of als een risico dat consumenten onnodig zou laten meebetalen. Ook waren de snelheid en plaats van woningbouw, zonneparken, warmtepompen, elektrische auto’s en industriële elektrificatie niet altijd exact bekend.
Maar de richting was wel bekend. De Autoriteit Consument & Markt stelde al in 2019 dat netbeheerders langer vooruit moesten kijken bij hun investeringsplanning. De waarschuwing was er dus voordat de huidige crisis haar volle omvang bereikte.
De uitdagingen van versnelling
Dat te laat is begonnen, betekent niet dat netbeheerders nu eenvoudig een knop kunnen omzetten. Nieuwe stations vragen ruimte, vergunningen, draagvlak, materialen en gespecialiseerd personeel. Procedures kunnen jaren duren. Netbeheer Nederland noemt schaarse ruimte, lange vergunningsprocedures en personeelstekorten als belangrijke grenzen aan de uitvoering.
Netbeheerders doen inmiddels forse investeringen en realiseren steeds meer projecten. Toch groeit de behoefte aan capaciteit sneller dan zij kunnen bouwen. Volgens Netbeheer Nederland ontstaat de congestie door een combinatie van afname en teruglevering aan het net op momenten en plaatsen waarvoor het historische net niet is ontworpen.
Infrastructuur in verval: bruggen, sluizen en viaducten
Het probleem is niet beperkt tot het elektriciteitsnet. Veel Nederlandse bruggen, sluizen, tunnels en viaducten zijn kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Hun leeftijd en verwachte vervangingsmoment waren geen verrassing. Toch constateerde de Algemene Rekenkamer in 2019 al €414 miljoen aan uitgesteld onderhoud op het hoofdvaarwegennet.
Het tekort was bovendien structureel. Uit een eerder onderzoek naar het hoofdvaarwegennet blijkt dat in 2011 al een budgettekort van €1,8 miljard was berekend. Rijkswaterstaat spreekt inmiddels van de grootste onderhoudsopgave ooit. De dienst erkent dat uitgesteld onderhoud leidt tot meer storingen, beperkingen en ongeplande afsluitingen.
Weggebruikers en schippers merken dat direct door files, omleidingen en langere reistijden. Het is een duidelijk teken dat de infrastructuur niet meer aan de eisen van de moderne samenleving voldoet.
Het is verleidelijk één organisatie of kabinet aan te wijzen. De werkelijkheid is breder. Opeenvolgende kabinetten bepaalden budgetten en klimaat- en woningbouwambities. Toezichthouders bewaakten betaalbaarheid en efficiëntie. Netbeheerders maakten investeringsplannen, terwijl gemeenten verantwoordelijk waren voor vergunningen en ruimtelijke inpassing. Tegelijk zorgden tekorten aan technici en aannemers voor praktische grenzen.
Voor de stelling dat investeringen doelbewust zijn uitgesteld om bonussen hoog te houden, is zonder concrete bedrijfsgegevens onvoldoende bewijs. Netbeheerders zijn gereguleerd en grotendeels in publieke handen. Wel is aantoonbaar dat betaalbaarheid, risicomijding en kortetermijnbegrotingen lang zwaarder hebben gewogen dan ruim vooruit investeren. Daardoor werd een toekomstige rekening vermeden, totdat die rekening niet langer kon worden doorgeschoven.



