Naar inhoud springen
29 oktober 2026

Jetten weigert koning te belasten ondanks parlementaire meerderheid

Premier Jetten stopt alle plannen om de koning te belasten en verwerpt transparantiemoties, tot frustratie van de linkse oppositie.

Jetten weigert koning te belasten ondanks parlementaire meerderheid

In de nabije tijd heeft premier Rob Jetten duidelijk gemaakt dat hij geen actie onderneemt op twee recente parlementaire moties die de fiscale positie van het Koningshuis zouden moeten wijzigen. De eerste, ingediend door Pro-Kamerlid Laura Bromet, vraagt om het afschaffen van de inkomstenbelastingvrijstelling voor de koning. De tweede, gesteund door SP-Kamerlid Sandra Beckerman, wil meer transparantie over de uitgaven van de koninklijke familie. Beide voorstellen blijven onuitgevoerd, wat een verhitte discussie in de Kamer heeft aangewakkerd.

Parlementaire moties en de grondwetskwestie

In januari 2024 stemde een brede tweederdemeerderheid – twee derde van de Tweede Kamer – voor een initiatief van D66-kamerlid Joost Sneller. De motie eiste dat de regering een wetsvoorstel voorbereidt om de belastingvrijstelling voor de koning te schrappen, een stap die een grondwetswijziging vereist. Voor een wijziging van de Grondwet zijn twee lezingen in zowel de Tweede als de Eerste Kamer nodig, waarbij in de tweede lezing een tweederdemeerderheid in beide kamers verplicht is.

Hoewel de motie destijds voldoende steun kreeg, hebben zowel voormalig premier Mark Rutte als diens opvolger Dick Schoof er geen concrète actie op ondernomen. D66 heeft sindsdien elk jaar geklaagd over de “onuitgevoerde” moties, maar nu Jetten zelf aan het roer staat, heeft hij de plannen van zowel Bromet als Beckerman afgedankt.

Jetten’s argumentatie: een “onvruchtbare dynamiek”

In een recente toelichting betitelde Jetten de jaarlijkse discussie rond de fiscale immuniteit van de Oranjes als een “onvruchtbare dynamiek”. Volgens hem komen de standpunten jaar na jaar terug zonder substantiële verandering, waardoor de discussie zelf weinig toegevoegde waarde heeft. In plaats van de moties uit te voeren, wil hij een breder onderzoek starten naar een “toekomstbestendig koningshuis”. Met Bromet heeft hij afgesproken dat dit onderzoek concrete voorstellen moet opleveren, hoewel er nog geen startdatum bekend is.

Naast de fiscale kwestie heeft Jetten de motie van Beckerman, die meer inzicht eist in de uitgaven van het koninklijk huis, bestempeld als “feitelijk onuitvoerbaar”. Het argument is dat gedetailleerde openbaarmaking van de kosten van de koninklijke familie praktisch onhaalbaar zou zijn, ondanks de groeiende roep om transparantie vanuit de oppositie.

Rol van de koning bij kabinetsformaties en bredere hervormingsplannen

Ook tijdens het debat over de begroting van het Koningshuis kwam de discussie over de constitutionele rol van de koning naar voren. Sinds 2012 heeft de Tweede Kamer de leiding over de kabinetsformatie en heeft de koning formeel geen verkennende functie meer. Toch pleiten VVD, CDA, BBB, ChristenUnie en SGP ervoor de oude praktijk te herstellen, waarbij de koning na verkiezingen de eerste verkenner aanwijst. Zij zien dit als een manier om toekomstige formaties soepeler te laten verlopen, gezien de recente chaotische onderhandelingen.

De steun voor dit herstel is nog onduidelijk; een stemming hierover staat gepland, maar de uitkomst is nog niet bekend. Terwijl sommige partijen de monarchie beschouwen als een bindende factor die stabiliteit en neutraliteit biedt, blijven anderen aandringen op een meer transparante en financieel verantwoorde instelling.

Samenvattend staat de regering onder leiding van Jetten voor een paradox: enerzijds een retoriek van modernisering en transparantie, anderzijds een weigering om concrete parlementaire moties uit te voeren. De linkse oppositie – vertegenwoordigd door SP en andere progressieve partijen – ziet dit als een gemiste kans om het koningschap echt te herzien. De komende maanden zullen bepalen of de geplande studie tot daadwerkelijke hervormingen leidt of slechts een nieuw hoofdstuk vormt in de eindeloze discussie over de toekomst van de Nederlandse monarchie.