De jaarlijkse BDO-Benchmark Ziekenhuizen 2026 geeft een gedetailleerd beeld van de financiële gezondheid van Nederlandse zorginstellingen. Op basis van de openbaar beschikbare jaarverslagen over 2025, verspreid over 61 algemene ziekenhuizen en zeven universiteitsmedische centra (UMC’s), blijkt dat de sector een bescheiden herstel heeft doorgemaakt ten opzichte van het voorgaande jaar, maar tevens onder een groeiende druk staat. De cijfers laten zien dat een lichte verbetering in de totalen niet automatisch betekent dat alle instellingen evenredig profiteren.
Financiële ontwikkeling van algemene ziekenhuizen in 2025
Gemiddeld behaalden de algemene ziekenhuizen een rapportcijfer van 6,3, een stijging ten opzichte van de 6,1 van 2024. Het rendement groeide van 1,9 % naar 2,1 % en de EBITDA-marge klom marginale van 7,5 % naar 7,6 %. Hoewel deze cijfers een positieve trend signaleren, is de achteruitgang onder de kleinere facilities duidelijk: hun gemiddelde cijfer bleef op 5,9, ver onder de 6,3 van middelgrote en 6,6 van grote ziekenhuizen. Daarnaast rapporteerde één op de vijf instellingen een rendement onder de 1 % – een drempel die banken doorgaans als kritiek beschouwen. Personeelskosten bleven een kritieke factor; de personele reserveringen en voorzieningen stegen met 6 % tot € 2,3 miliard, terwijl de kosten voor niet-loondienstpersoneel als percentage van de opbrengsten opnieuw opsprongen naar 46 %.
Universitaire medische centra: dalende investeringen en toenemende druk
De UMC’s laten een iets minder rooskleurig beeld zien. Het gemiddelde rapportcijfer daalde van 6,5 naar 6,4, terwijl het rendement een marginale stijging van 0,2 % naar 2 % noteerde. De EBITDA-marge bleef op 6,3 %, maar bleef onder de door banken gestelde grens van 6,5 %. investeringen bereikten het laagste niveau in tien jaar – een daling van 16 % tot € 556 miljoen in 2025, voornamelijk veroorzaakt door de timing van grote bouw- en ICT-projecten. De sector kampt bovendien met een groeiend tekort aan gespecialiseerd personeel, stijgende digitaliseringskosten en een druk op de academische begroting, waardoor de ruimte voor noodzakelijke vernieuwing beperkt is.
Waarom het huidige bekostingsmodel achterblijft
De transitie van “ziekte naar gezondheid” heeft de vraag naar preventieve zorg en farmacologische innovaties, zoals GLP-1-medicatie voor obesitas, sterk doen toenemen. Deze ontwikkelingen kunnen op de lange termijn de zorgvraag verlagen, minder opnamebehoeften genereren en daarmee de omzetstructuur van ziekenhuizen fundamenteel veranderen. Het huidige bekostingsmodel is echter nog sterk gericht op productie- en volumegerichte incentives, waardoor instellingen moeilijk kunnen anticiperen op een veranderend patiëntentraject. Mike Tagage, voorzitter van de zorgsector bij BDO Nederland, benadrukt dat ziekenhuizen hun financiële gezondheid moeten behandelen als strategisch vraagstuk, scenario-analyses moeten uitvoeren en periodiek hun koers moeten herijken. Tegelijkertijd roepen hij, zorgverzekeraars, banken en de overheid op gezamenlijke nieuwe randvoorwaarden te scheppen zodat preventie structureel wordt beloond en financiële risico’s bij afname van ziekenhuisopnames niet automatisch leiden tot onderfinanciering.
Samengevat toont de benchmark een sector die zich langzaam herstelt, maar waarmee diversiteit in financiële veerkracht groeit. Kleine algemene ziekenhuizen en de academische centra staan onder meer druk door stijgende personeelskosten, verouderende vastgoedportefeuilles en een bekostingsmodel dat nog niet volledig inspeelt op preventie. Een paradigmaverschuiving in de manier waarop zorg wordt gefinancierd – waarbij lange-termijngezondheid en innovatie centraal staan – lijkt onvermijdelijk om de Nederlandse zorgmarkt toekomstbestendig te maken.



