Na de ministerraad van 25 september 2026 heeft premier Rob Jetten een nieuw compromis aan de oppositie voorgesteld. Het pakket draait om drie speerpunten: een aanpassing van box 3 maatregelen om de koopkracht te versterken en een ambitieus woningbouwplan dat jaarlijks 100.000 nieuwe huizen moet opleveren.
De coalitie – bestaande uit D66, VVD en CDA – heeft eerder problemen ondervonden bij het vinden van een gemeenschappelijke lijn over de vermogensbelasting. Tijdens de Prinsjesdag-beslissing werd de toekomst van box 3 uitgesteld naar de voorjaarsnota van 2027. Nu blijkt dat het onderwerp eigens de onderhandelingstafel heeft bereikt, waarmee de regering hoopt extra steun te vergaren voor haar begroting.
Box 3 opnieuw op de agenda
Volgens Jetten is er “een aantrekkelijk voorstel voor zowel links als rechts”. Hoewel de precieze inhoud nog niet publiek is, staat duidelijk dat het kabinet bereid is om verminderingen of aanpassingen in de belastingschijf voor vermogen te overwegen. De financiële consequentie wordt geschat op enkele miljarden euro’s, een bedrag dat volgens de minister van Financiën Eelco Heinen moet worden gecompenseerd.
Dit weekend starten intensieve gesprekken met diverse oppositiepartijen. Op zaterdag worden Pro en Volt uitgenodigd, gevolgd door ChristenUnieSGP en JA21 op maandag. Op 5 oktober moet de Eerste Kamer een toelichting geven tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen, waardoor de druk om tot een akkoord te komen hoog is. Daarnaast worden de BBB en 50PLUS eveneens benaderd, hoewel de laatste eerst wil dat de bezuinigingen op WW en WIA worden geschrapt.
Woningbouw: 50 knelpunten en het plan van de taskforce
Parallel aan de fiscale negotiations stapt minister Eleanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting) met een nieuw actieplan in de Kamer. De taskforce Versnelling Woningbouw heeft een lijst van vijftig obstakels opgesteld die, eenmaal weggewerkt, de bouw van 100.000 nieuwe woningen per jaar moeten mogelijk maken. Het plan bouwt voort op het coalitieakkoord, de Miljoenennota en eerder gestart beleid.
Een belangrijk onderdeel is de inzet op modulaire en fabrieksbouw. Het streven is dat tegen 2030 de helft van alle nieuwbouwwerken uit de fabriek komt. Daarnaast wordt ingezet op het herbestemmen van bestaande gebouwen: kantoren en bedrijfsruimtes worden omgevormd tot woonruimte en extra verdiepingen – het zogenaamde “optoppen” – worden toegevoegd aan bestaande panden. Vijf nieuwe stedelijke ontwikkelgebieden zijn reeds aangewezen: Haarlem, Maastricht, Deventer, Weert en Leeuwarden; later dit jaar komen er nog vijf extra locaties voor 2040.
Financiële prikkels spelen een cruciale rol. Het kabinet heeft circa €3 billion aan subsidies gereserveerd, onder meer via de Realisatiestimulans en de Woningbouwimpuls. Daarnaast krijgen investeerders die middenhuurwoningen leveren tussen 2029 en 2033 een “objectsubsidie”. De voorwaarden verplichten elke regio tot twee-derde betaalbare woningen en minimaal 30 % sociale huur, wat de rendabiliteit voor private ontwikkelaars onder druk zet.
Hoewel de woningbouwambitie breed wordt gedragen, waarschuwt de branchevereniging Vastgoed Belang** dat fiscale onzekerheid rond box 3 en de geplande subsidies het aantrekken van private investeringen kunnen ondermijnen. Minister Heinen heeft eerder aangegeven dat de discussies rond box 3 “zo snel mogelijk” moeten worden afgerond, zodat een nieuw stelsel in 2028 kan ingaan.



