Naar inhoud springen
23 oktober 2026

Rechtszaak tegen Trump: $2 miljard UAE-geld en constitutionele schending

Trump en zoon‑bedrijf World Liberty worden door een Circle‑aandeelhouder beschuldigd van onrechtmatig profiteren van $2 miljard buitenlandse crypto‑inkomsten.

Rechtszaak tegen Trump: $2 miljard UAE-geld en constitutionele schending

In een onverwachte ontwikkeling zijn de voormalige Amerikaanse president Donald Trump en zijn crypto-onderneming World Liberty Financial aangeklaagd door een aandeelhouder van het rivaliserende bedrijf Circle Internet Group. De aanklager, Benjamin Greenberg, beweert dat de betaling van meer dan $2 miljard vanuit de Verenigde Arabische Emiraten in strijd is met een fundamenteel verbod in de Grondwet dat presidentschappen beschermt tegen ongeoorloofd buitenlands geld.

Volgens de klacht heeft Trump, die samen met zijn zonen World Liberty heeft opgericht, gebruikgemaakt van zijn publieke functie om aanzienlijke hoeveelheden cryptocurrency-geld aan te trekken. Greenberg stelt dat deze praktijk niet alleen oneerlijke concurrentie creëert, maar ook een directe overtreding is van het constitutionele verbod op het ontvangen van buitenlandse betalingen zonder expliciete toestemming van het Congres.

Achtergrond van de rechtszaak

De zaak komt voort uit een bredere discussie binnen de cryptomarkt over transparantie en eerlijke mededinging. Circle Internet Group, een van de grootste spelers op het gebied van stablecoins, zag zijn investeerders onder druk komen door de snelle opmars van World Liberty, dat binnen één jaar naar eigen zeggen $1,4 miljard aan inkomsten genereerde uit diverse crypto-projecten. Greenberg stelt dat de plotselinge instroom van VAE-kapitaal een kunstmatig voordeel heeft gegeven, waardoor Circle zijn marktaandeel zag krimpen.

De aanklacht benadrukt dat de twee betalingen, elk ter waarde van ruim $1 miljard, zonder voorafgaande goedkeuring van het Congres hebben plaatsgevonden. In de overeenkomstige wet staat expliciet dat elke buitenlandse betaling aan de president eerst moet worden goedgekeurd door de wetgevende macht om belangenverstrengeling te voorkomen. De klagers beweren dat geen enkele formele goedkeuring is verleend, waardoor Trump en World Liberty mogelijk de wet hebben overtreden.

Constitutionele kwesties en financiële gevolgen

De Amerikaanse Grondwet verbiedt expliciet dat een president betalingen van buitenlandse overheden accepteert zonder de toestemming van het Congres. In de aanklacht wordt dit aangeduid als een constitutionele overtreding. Greenberg formuleert dat “nog nooit in de Amerikaanse geschiedenis heeft een president zo schaamteloos geprofiteerd van zijn ambt”. Deze uitspraak onderstreept de ernst waarmee de aanklagers de zaak benaderen.

Financieel gezien heeft de controverse al aanzienlijke impact. Volgens publiek beschikbare gegevens rapporteerde Trump in het voorgaande jaar een inkomstenstroom van $1,4 miljard uit zijn crypto-activiteiten, waarvan een substantieel deel afkomstig zou zijn van World Liberty. De extra $2 miljard uit de VAE zou dit totaal zelfs nog verder doen stijgen, waardoor de mogelijke schade voor concurrenten als Circle nog groter wordt. Het gerechtshof moet nu beoordelen of deze gelden daadwerkelijk zonder congresgoedkeuring zijn ontvangen en of dit een wettelijke schending oplevert.

Wat de rechtszaak kan betekenen voor de cryptomarkt

De uitkomst van deze zaak kan verstrekkende gevolgen hebben voor de regulering van cryptobedrijven die nauwe banden hebben met politieke figuren. Een uitspraak die in het voordeel van Greenberg uitvalt, zou een precedent scheppen dat publieke functionarissen en hun zakelijk belang duidelijk moet scheiden, vooral wanneer er sprake is van enorme buitenlandse kapitaalstromen. Het zou tevens de druk op wetgevers verhogen om strengere richtlijnen voor cryptofinanciering en buitenlandse investeringen te formuleren.

Voor investeerders en marktdeelnemers betekent dit een verhoogde onzekerheid. Terwijl sommige analisten waarschuwen dat de rechtszaak de reputatie van crypto-activa kan schaden, benadrukken anderen dat transparantie en naleving van bestaande wetten juist nodig zijn om het vertrouwen in de sector te herstellen. Hoe de rechter zal beslissen, blijft afwachten, maar de zaak onderstreept dat zelfs de hoogste politieke posities niet immuun zijn voor juridische controle wanneer er grote bedragen in digitale valuta om de hoek komen.