Naar inhoud springen
28 juni 2026

Transparantie en bestuurlijke voorbereiding voor olie-inkomsten in Suriname

In Suriname wordt de nadruk gelegd op transparantie en goed bestuur bij de voorbereiding op de olie-inkomsten. Parlementariërs vragen inzage in contracten en eisen verantwoording.

Transparantie en bestuurlijke voorbereiding voor olie-inkomsten in Suriname

In Suriname staat de voorbereiding op de verwachte olie-inkomsten centraal tijdens de begrotingsbehandeling van 2026. Verschillende parlementariërs hebben hun zorgen geuit over de wijze waarop de regering zich voorbereidt op de economische veranderingen die de olie- en gassector met zich mee zal brengen.

De discussie draait om transparantiegoed bestuur en de noodzaak van een duurzame ontwikkeling in het kader van de olie-inkomsten. Parlementariërs zoals Rabin Parmessar, Jeffrey Lau en Krishnakoemarie Mathoera hebben elk hun eigen perspectief ingebracht.

Contracten en havenprojecten onder de loep

Rabin Parmessar, fractieleider van de NDP, heeft kritische vragen gesteld over het contract tussen Havenbeheer en het internationale logistieke bedrijf Medserv. Dit contract betreft de ontwikkeling van havenfaciliteiten die de offshore-olie- en gasindustrie moeten ondersteunen.

Parmessar benadrukte de belangstelling voor de tijdige oplevering van een steiger met specifieke eisen. Hij vroeg of het project uiterlijk op 21 december 2026 moet zijn afgerond en of de werkzaamheden nog volgens planning verlopen. Daarnaast vroeg hij of de aanbesteding rechtmatig heeft plaatsgevonden en of er een preferentieregeling voor Surinaamse bedrijven is toegepast.

Een ander punt van zorg is de mogelijke financiële schade wanneer de afgesproken opleverdatum niet wordt gehaald. Volgens Parmessar kunnen de boetes oplopen tot minimaal 150.000 US dollar per week, aangevuld met indirecte kosten en extra vertragingskosten van 50.000 US dollar per 24 uur.

Parmessar bracht ook signalen naar voren dat Medserv gedeeltelijk zou uitwijken naar Dordt in Commewijne, waar een internationaal bouwbedrijf al werkzaamheden zou uitvoeren. Hij vroeg wie verantwoordelijk zal worden gehouden en of de regering daarop voorbereid is.

Hij verzocht de regering om inzage te geven in de contracten, aanbestedingsdocumenten, projectplanning, voortgangsrapportages en risicoanalyses. Volgens hem betekent goed bestuur niet alleen achteraf uitleggen waarom iets is misgelopen, maar tijdig ingrijpen voordat schade ontstaat.

De olie-economie begint vandaag

Jeffrey Lau, parlementariër van de NPS, legde de nadruk op de bestuurlijke voorbereiding op de verwachte olie-inkomsten. Volgens hem bevindt Suriname zich op een historisch kruispunt, maar vormen natuurlijke rijkdommen op zichzelf geen garantie voor duurzame ontwikkeling.

Lau stelde dat de olie-economie niet begint wanneer de eerste commerciële olie wordt geproduceerd, maar vandaag, met de keuzes die worden gemaakt in de begroting. Hij benadrukte dat de grootste uitdaging niet zozeer bij de beschikbaarheid van financiële middelen ligt, maar bij de uitvoering van beleid.

Suriname heeft volgens Lau belangrijke wetgeving, zoals de Comptabiliteitswet en het wettelijke kader voor het Spaar- en Stabilisatiefonds. Echter, de uitvoering daarvan schiet nog regelmatig tekort. Hij pleitte voor meer transparantie binnen de overheid en de parastatale sector, met name bij staatsbedrijven zoals de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij (SLM), die al jarenlang geen jaarverslag heeft gepubliceerd.

Lau benadrukte dat de olie-inkomsten slechts een middel zijn en geen doel op zich. De echte rijkdom van een land bevindt zich niet onder de grond, maar in de mensen. De geschiedenis zal Suriname niet beoordelen op hoeveel olie het land heeft gevonden, maar op wat het ermee heeft opgebouwd.

De gefragmenteerde begroting

Krishnakoemarie Mathoera, parlementariër van de VHP, richtte haar kritiek op de opzet van de begroting. Volgens haar zijn middelen voor hetzelfde beleid verspreid over verschillende ministeries en fondsen, waardoor de controle op de besteding van belastinggeld wordt bemoeilijkt.

Mathoera noemde verschillende voorbeelden om haar punt te illustreren. Zo is er SRD 44 miljoen voor armoedebestrijding opgenomen op de begroting van Financiën en Planning, terwijl het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (Sozavo) hiervoor nog eens SRD 200 miljoen heeft begroot.

Ook wees zij op de energiesector. Op de begroting van Financiën en Planning is SRD 2,4 miljard gereserveerd voor subsidies aan de Energiebedrijven Suriname, terwijl op de begroting van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen nog eens SRD 700 miljoen voor energie is opgenomen.

Mathoera stelde dat de begroting gefragmenteerd en moeilijk controleerbaar is. Middelen zijn verspreid over verschillende posten en fondsen, waardoor het voor de Nationale Assemblee (DNA) en de samenleving moeilijk wordt om inzicht te krijgen in de werkelijke besteding van publieke middelen.