De Nederlandse overheid staat op het punt een significante verandering door te voeren in de belasting van vermogen, specifiek in box 3. Vanaf 1 januari 2028 zal de belasting niet meer gebaseerd zijn op een fictief rendement, maar op het werkelijke rendement van je bezittingen. Dit betekent dat rente, dividend, huur en waardeontwikkeling van je vermogen belastbaar worden. Het voorgestelde tarief is 36%, met een heffingsvrij resultaat van € 1.800 per persoon.
Deze verandering is het gevolg van een oordeel van de Hoge Raad in 2026, waarin het huidige stelsel als discriminerend werd aangemerkt. Het nieuwe systeem biedt meer rechtvaardigheid, maar brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee. In dit artikel duiken we dieper in op de details en de mogelijke gevolgen voor jouw financiële situatie.
De aanleiding voor de verandering
De huidige box 3-belasting is gebaseerd op een fictief rendement, wat door de Hoge Raad in 2026 als onrechtvaardig werd beschouwd. Het Kerstarrest van 24 december 2026 oordeelde dat dit stelsel in strijd is met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Het oude systeem hield geen rekening met de werkelijke samenstelling van iemands vermogen of het daadwerkelijk behaalde rendement.
De overheid heeft hierop gereageerd met een nieuw wetsvoorstel, dat op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer werd aangenomen. Huidige staatssecretaris Eelco Eerenberg onderzoekt momenteel verzachtingen en komt vóór de zomer met een brief over uitvoerbaarheid, dekking en die maatregelen. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel voorlopig met “potlood” ingepland voor behandeling op 23 juni 2026.
Wat verandert er precies?
Het belangrijkste verschil tussen het huidige en het nieuwe stelsel is de grondslag van de belasting. Huidig betaal je belasting over een fictief rendement dat de Belastingdienst aanneemt. Vanaf 2028 betaal je over je werkelijk behaalde rendement. Dit omvat directe opbrengsten zoals rente, dividend en huur, én de waardeontwikkeling van je bezittingen.
Een ander belangrijk verschil is de kostenaftrek. Vanaf 2028 mag je kosten zoals bankkosten, transactiekosten en onderhoudskosten van vastgoed aftrekken van je rendement. Dit is een fundamenteel verschil met het huidige stelsel, waarin dergelijke kosten niet in mindering kunnen worden gebracht op het forfaitaire rendement.
Werkelijk rendement: wat houdt dat in?
Werkelijk rendement is het daadwerkelijke resultaat op je vermogen in een jaar. Dit bestaat uit twee delen: reguliere voordelen zoals rente, dividend, huur en pacht, en de waardeontwikkeling van je bezittingen. Samen vormen deze je belastbare rendement, verminderd met aftrekbare kosten.
Aftrekbaar zijn onder meer betaalde rente op schulden, beheerkosten van bankrekeningen, transactiekosten bij aan- en verkoop van beleggingen, en onderhoudskosten van onroerend goed. Dit biedt meer flexibiliteit en rechtvaardigheid in de belastingberekening.
Vermogensaanwas versus vermogenswinst
Het nieuwe stelsel gebruikt twee systemen naast elkaar: vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting. Bij vermogensaanwasbelasting betaal je elk jaar belasting over de waardeontwikkeling, ook als je nog niets hebt verkocht. Bij vermogenswinstbelasting betaal je pas bij verkoop, over de gerealiseerde winst.
De hoofdregel wordt vermogensaanwas; vastgoed en aandelen in start-ups en scale-ups vallen onder vermogenswinst. Dit onderscheid is cruciaal voor beleggers, omdat het de manier waarop ze hun vermogen beheren kan beïnvloeden. De transitie verloopt waarschijnlijk in twee fasen, met vermogensaanwasbelasting in 2028 en een overstap naar vermogenswinstbelasting op zijn vroegst vanaf 2029.
Het belasten van ongerealiseerde waardestijgingen is het meest controversiële onderdeel van het nieuwe stelsel. Bij vermogensaanwasbelasting betaal je jaarlijks 36% belasting over papieren winst die je nog niet hebt verzilverd. Dit kan leiden tot een liquiditeitsvalwaarbij je belasting betaalt over winst die inmiddels verdampt is. Je mag het verlies wel verrekenen met toekomstige winsten, maar de overheid heeft de winst al geïncasseerd terwijl jij het marktrisico draagt.
Impact op spaarders en beleggers
Voor spaarders sluit de belasting straks aan op de werkelijk ontvangen rente. Is de spaarrente laag, dan betaal je weinig; is die hoog, dan betaal je meer. Dit is een verschil met het huidige stelsel, waarin over spaargeld met een laag forfaitair rendement betaald wordt.
Voor beleggers heeft dit in eerste instantie een fors negatieve impact op de opbouw van vermogen. Maar de transitie verloopt mogelijk in twee fasen, en vanaf op zijn vroegst 2029 zou de impact juist positief kunnen worden. Het is belangrijk om je bewust te zijn van deze veranderingen en je financiële planning hierop aan te passen.



