Uit recente cijfers van de overheid blijkt dat dit jaar zo’n 700.000 Nederlanders geen volledige AOW ontvangen. Het aantal vertegenwoordigt bijna één op de vijf toekomstige AOW-gerechtigden. Het mechanisme is eenvoudig: voor elk jaar dat iemand niet verzekerd was, wordt 2 % van de uiteindelijke uitkering afgekapt.
De opbouw van de AOW start 50 jaar vóór de AOW-leeftijd en loopt jaarlijks 2 % op, mits er premie over het loon wordt betaald. Wie zijn hele loopbaan in Nederland heeft doorgebracht, bereikt daardoor 100 % van de nominale uitkering. Verblijft of werkt men echter buiten de landsgrenzen, vervalt de verplichte verzekering vaak, waardoor elke gemiste jaar een direct, cumulatief verlies betekent.
Reële gevolgen: voorbeelden uit Thailand en andere landen
Een veelgeciteerd rekenvoorbeeld toont de impact: een alleenstaande met de volledige AOW ontvangt vanaf 1 juli 2026 €1.662,16 bruto per maand. Een tien-jarig verblijf in Thailand zonder verzekering levert een korting van 20 % op, waardoor de uitkering daalt tot €1.329,73, een verschil van €332,43 per maand of ruim €3.900 per jaar. Voor gehuwden of samenwonenden geldt een verhouding van €1.139,39 naar €911,51, een maandelijks gat van €228.
De cijfers laten zien dat het niet alleen gaat om een later pensioengat: in 2022 had bijna 40.000 huishoudens naast hun AOW geen andere inkomsten dan €250 bruto per maand, en meer dan 160.000 huishoudens moesten zich beperken tot een extra €250-€500. Deze statistieken onderstrepen hoe een verkorte AOW kan doorschieten in armoede en energiearmoede.
Vrijwillige verzekering en de AIO-aanvulling
Voor Nederlanders die vóór hun vertrek minstens één aaneengesloten jaar verzekerd was, bestaat de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. Deze kan maximaal tien jaar duren, mits de aanvraag binnen één jaar na vertrek wordt ingediend. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kan precies aangeven welke jaren nog ontbreken.
Wanneer de AOW-uitkering toch onvolledig blijft, kunnen gepensioneerden onder strikte voorwaarden een AIO-aanvulling aanvragen. De regeling is beschikbaar voor huishoudens die in Nederland blijven wonen, weinig andere inkomsten hebben en niet over veel vermogen beschikken. Voor 2026 wordt verwacht dat iets meer dan 57.000 huishoudens een dergelijke aanvulling ontvangen.
Link met energiearmoede: gezondheidsrisico’s onder lage AOW-ontvangers
Een lage AOW-uitkering maakt een gezin extra kwetsbaar voor energiearmoede – een situatie waarin een laag inkomen samenvalt met hoge energiekosten of een slecht geïsoleerde woning. Een onderzoek onder 540 lokale armoedehulporganisaties zag dat 70 % van de betrokken huishoudens schulden kreeg door energiekosten, 66 % stress rapporteerde en 48 % gezondheidsklachten ondervond, bijvoorbeeld door schimmel en vocht.
In wijken als Geitenkamp, Presikhaaf en Malburg in Arnhem, waar veel woningen slecht geïsoleerd zijn, zien organisaties dat bewoners vaak koud douchen, de verwarming laag houden of zelfs vroeg naar bed gaan om de kosten te beperken. Deze gedragingen verergeren bestaande gezondheidsproblemen, zeker bij ouderen, en dragen bij aan een negatieve spiraal van stress en ziekte.
Voor mensen die zowel een verkorte AOW als een verhoogd risico op energiearmoede hebben, is de combinatie bijzonder problematisch. Het Noodfonds Energie biedt geen steun aan Nederlanders die permanent in het buitenland wonen, waardoor expatriates met een onvolledige AOW vaak zonder vangnet achterblijven.
Vrijblijvend advies voor iedereen die overweegt langer in het buitenland te blijven: controleer tijdig hoeveel AOW-jaren al zijn opgebouwd en welke perioden als onverzekerd zijn gemeld bij de SVB. Een verschil van vijf jaar betekent al 10 % minder pensioen, een verlies dat gedurende het hele pensioen doorwerkt. Daarnaast kan het loont om vroegtijdig te informeren naar mogelijke AIO-aanvulling of andere sociale toeslagen zoals zorg- of huurtoeslag.
Voor bewoners van energiebesparende projecten of voor wie de AOW-uitkering reeds gekort is, bestaan lokale initiatieven zoals gratis energiecoaching, subsidies voor zuinige apparaten en buurtinitiatieven waarbij bewoners dekens breien voor koude huishoudens. Deze maatregel biedt een directe, menselijk-gerichte buffer tegen de winterkou, terwijl structurele oplossingen – betere isolatie en haalbare energierekeningen – nog steeds op de agenda staan.



