Naar inhoud springen
18 september 2026

Belangrijkste reacties op de Miljoenennota: kansen, kritiek en toekomstperspectief

De regering zet geld in voor innovatie, maar zowel de industrie als onderzoek wijzen op gaten in concurrentievermogen, technisch onderwijs en digitale infrastructuur.

Belangrijkste reacties op de Miljoenennota: kansen, kritiek en toekomstperspectief

De onlangs gepresenteerde Miljoenennota zet een stevig budget neer voor innovatie maar de reacties uit het bedrijfsleven en de onderzoekswereld laten zien dat de begroting niet alle knelpunten aanpakt. Terwijl de Nationale Investeringsinstelling (NII) en het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) extra geld krijgen, blijven belangrijke structurele barrières onveranderd.

Innovatie-budget: lof en gemiste kansen

De federatie van ondernemers (FME) verwelkomt de toewijzing van €3,3 miljard aan de NII, €500 miljoen aan NADI en €375 miljoen aan het Nationale Groeifonds. Volgens voorzitter Theo Henrar zijn deze bedragen een noodzakelijke impuls voor technologische ontwikkeling. De verwachting is echter dat de fondsen alleen echt effect sorteren wanneer ze een risk-taking vermogen krijgen om door te gaan van prototypen naar opschaling. Het simpelweg verschuiven van bestaand geld genereert geen extra investeringskracht.

Digitale ambities zonder financiële onderbouwing

Ondanks de lof horen veel brancheorganisaties een teleurstellende stilte rond enige uitgave voor een soevereine overheidscloud en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. De Dutch Cloud Community stelt dat “op papier een cloud bouwen geen cloud oplevert”, en wijst erop dat de begroting geen concrete middelen bevat voor de beoogde digitale infrastructuur. Ook de Dutch Datacenter Association vraagt om meer betrokkenheid van de datacenter-sector bij een flexibel en duurzaam stroomnet, zonder dat daarvoor voldoende budget wordt vrijgemaakt.

Concurrentievermogen onder druk: regelgeving, energie en technisch onderwijs

De FME wijst erop dat de nieuwe innovatie-gelden niet verlicht worden door maatregelen die de concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven verhogen. De regeldruk blijft hoog, extra nationale eisen boven Europese wetgeving worden onvoldoende teruggedrongen, en de elektriciteitskosten groeien sneller dan in buurlanden. Het geplande “elektriciteitsenvelop” voor de basisindustrie start pas in 2028, waardoor Nederlandse bedrijven nu al een achterstand opbouwen ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten.

Tekort aan technisch talent

Een ander kritieke punt is het ontbreken van een duidelijke strategie voor technisch onderwijs. Het huidige budget biedt geen extra middelen voor technische opleidingen, en de financiering van het mbo houdt geen rekening met de hogere kosten en arbeidsmarktrelevantie van deze trajecten. De FME pleit daarom voor gerichte publiek-private samenwerkingen, zoals hybride technologische centra, om de kloof tussen onderwijs en bedrijfsleven te dichten.

Economisch perspectief: veerkracht, high-tech en de rol van de publieke sector

Uit onderzoek van ING blijkt dat de Nederlandse economie de afgelopen zesënhalf jaar uitzonderlijk veerkrachtig is geweest. De groei werd gedreven door high-tech sectoren: de machinebouw rond ASML leverde ongeveer 14 % van de Economische groei, terwijl de farmaceutische industrie en de IT-sector respectievelijk 8 % en 19 % bijdroegen. Deze kennis-intensieve takken maken de economie minder kwetsbaar voor traditionele schokken.

Publieke uitgaven versus investeringen

Hoewel de overheidsconsumptie een belangrijke stabilisator was tijdens de recente crises, bleven de overheidsinvesteringen achter. Het extra publieke geld ging vooral naar consumptie-maatregelen, zoals tijdelijke verlagingen van energiekosten, die de koopkracht steunen maar weinig bijdragen aan de lange-termijn productiviteit. Voor duurzaam groeipotentieel is een verschuiving naar meer investering in infrastructuur en innovatie noodzakelijk.

Samengevat tonen de reacties op de Miljoenennota een gemengd beeld: er is duidelijk waardering voor de extra budgetten die innovatie moeten aanwakkeren, maar er blijven aanzienlijke zorgen over de structurele factoren die de concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven ondermijnen. Een breed overleg tussen regering, bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en vakbonden lijkt cruciaal om een beleidskader te creëren dat zowel toekomstige technologie-investeringen als de directe operationele slagkracht van de Nederlandse economie waarborgt.