De Nederlandse regering zit sinds het weekend in een intensieve beraadslaging over het belastingplan voor het komende jaar. Premier Rob Jetten, samen met vicepremiers Dilan Yeşilgöz (VVD) en Bart van den Brink (CDA), minister Eelco Heinen en staatssecretaris Eelco Eerenberg hebben meerdere uren besteed aan hoe de fiscale koers moet worden vormgegeven. De discussie strekt zich uit tot onderwerpen als asiel, stikstof en medische ethiek, die als ruilmiddel dienen om de benodigde steun voor het fiscale pakket te verkrijgen.
Vorige weekenden hebben gesprekken met zowel linkse als rechtse oppositiepartijen niet geleid tot de gewenste doorbraak. De liberale VVD weigert extra lasten voor vermogenden, terwijl de linkse partijen PRO en Volt aandringen op meer heffing voor beleggers en minder druk op werkenden. Deze impasse dwingt de coalitie om een eigen, onafhankelijke route te overwegen die niet direct afhankelijk is van een duidelijke oppositiemajoriteit.
Coalitie bereikt interne overeenkomst over aanpassing belastingplan
Na uren van onderhandeling heeft de driepartijenalliantie D66-VVD-CDA uiteindelijk een gemeenschappelijk uitgangspunt gevonden: het belastingplan zal worden aangepast en de invoering van een vermogenswinstbelasting in box-3 wordt met één jaar uitgesteld. Een eerste conceptbrief, die morgenochtend naar het Tweede Kamerpersoneel wordt gestuurd, bevat “handreikingen” die extra lastenverlichting voor burgers voorstellen, zonder zich te laten verleiden door de eisen van links of rechts.
De ministerraad, die vanochtend extra samenkwam, zal de voorstellen vervolgens formeel naar de Tweede Kamer zenden. Een debat over het fiscale pakket staat gepland voor woensdagavond, waarbij alle partijen nog wijzigingen kunnen inbrengen. De coalitie hoopt dat er tijdens deze sessie voldoende draagvlak ontstaat om een meerderheid te realiseren; falen zou niet alleen de fiscale doelen ondermijnen, maar ook de bredere staatskas belasten.
Oppositieblokken bieden tegenstrijdige voorwaarden
Het linkse blok, gevormd door PRO en Volt, dringt aan op een hogere heffing voor beleggers en een verlichting voor werkenden. De VVD, die traditioneel een liberale koers volgt, ziet deze voorstellen als een stap terug in de bezuinigingen op uitkeringen die reeds enkele miljarden euro’s hebben bespaard. Aan de andere kant eisen de rechtse oppositiepartijen JA21, SGP en BBB dat gemeenten niet langer gedwongen worden asielzoekers op te vangen, en dat er soepelere regels komen voor stikstof en abortuspraktijken. Deze eisen botsen met zowel de VVD-standpunten als de bredere coalitie-agenda, waardoor de kans op een simpele coalitie-oppositie-overeenkomst klein blijft.
Premier Jetten heeft duidelijk gemaakt dat sommige van de eisen van JA21, BBB en SGP niet bespreekbaar zijn. Evenzo stuiten de voorstellen van PRO en Volt op tegenstand binnen de VVD, die van mening is dat de reeds gerealiseerde bezuinigingen op uitkeringen voldoende concessies zijn. Het politieke speelveld blijft daardoor fragmentair, waarbij elke partij haar eigen prioriteiten behoudt en de coalitie gedwongen wordt een eigen koers uit te kiezen.
Raad van State waarschuwt voor versnelde invoering van vermogensbelasting
De Raad van State heeft een kritisch advies uitgebracht over de geplande invoering van een belasting op inkomsten uit vermogen (box-3) in 2028. Volgens de raad vereist de uitvoering van dit beleid meer dan 250 extra ambtenaren bij de Belastingdienst en is de bancaire sector nog niet in staat om de vereiste vermogenswinstgegevens tijdig aan de fiscus te leveren. Hierdoor wordt de haalbaarheid van een invoering in 2028 ernstig betwijfeld.
Op basis van dit advies heeft de Raad van State de regering opgeroepen om de invoering uit te stellen tot tenminste 2030. Het kabinet heeft voorlopig gekozen voor een minder ingrijpend uitstel van één jaar, waarmee het de balans zoekt tussen politieke druk en operationele realiteit. Deze vertraging geeft de coalitie extra ademruimte om zowel de interne afspraken als de externe oppositionele eisen verder te finetunen, terwijl ze tegelijkertijd moet voorkomen dat het fiscale programma volledig wordt verworpen.



