In de afgelopen tien jaar heeft een netwerk van op kniphandelaars meer dan 4,5 miljoen euro geïnschept door kleine percelen landbouwgrond te verkopen met de belofte van snelle woningbouw. Het bedrijvige gebied tussen de A12 en de A2, bekend als Polder Rijnenburg is in de schijnwerpers komen te staan: honderden particulieren kochten stukjes weiland voor enkele honderden euro per vierkante meter, in de verwachting dat de waarde in enkele jaren zou vervijfvoudigen.
Opkomst van de opkniphandel en de verkochte percelen
Vanaf het jaar 2000 werden er steeds vaker geruchten gehoord over een mogelijke woonontwikkeling in de polder. Rond begon een specifieke groep handelaren de grote weilanden die eigendom waren van agrarische bedrijven op te kopen voor bedragen tussen de €16 en €38 per vierkante meter. Vervolgens sneden zij de gebieden op in kavels van 100 tot 300 vierkante meter en boden deze in één klap aan particulieren aan voor €80 tot €200 per vierkante meter. De verkoopmethode leek simpel: een brochure vol schetsen van toekomstige woonwijken, persoonlijke telefoontjes en zelfs bezoekjes aan ziekenhuizen om vertrouwen te wekken.
Uit kadastrale gegevens blijkt dat er in heel Nederland meer dan 26.000 van zulke beleggingsgrond-percelen zijn gecreëerd, waarvan minder dan één procent ooit wordt doorverkocht of daadwerkelijk wordt bebouwd. In Polder Rijnenburg alleen al hebben bijna tweehonderd investeerders stukjes grond aangekocht. De totale winst voor de tussenpersonen wordt geschat op ruim €4,5 miljoen.
De belofte die nooit kwam: het geval Marijke van der Poel
In 2017 besloot de Utrechtse gepensioneerde Marijke van der Poel, samen met haar toen nog levende echtgenoot, een perceel van 200 m² te kopen voor €20.000. De verkopers verzekerden haar dat de aard van het perceel binnen enkele jaren zou veranderen van agrarisch naar bouwrijp, waardoor haar investering zes tot zeven keer zoveel waard zou worden. De handelaars stuurden haar uitgebreide brochures, kopieën van notulen van de gemeenteraad en zelfs oppochtingkaartjes om haar emotioneel te binden.
Bij een bezoek aan het perceel meette Van der Poel enkel een maïszij (zelfs een brommerspie is niet van de grond af te lezen). Ze realiseerde zich dat de beloofde omgevingsveranderingen nog niet waren ingepland – de officiële bestemmingsplannen vermelden geen woningbouw voor het noordelijke deel van de polder, waar haar kavel ligt. Hoewel de verkopers haar nog maanden later meededen dat de eerste bouwvakkers pas in 2035 zouden starten, had ze al een jaar geleden de belofte gekregen dat de eerste huizen al binnen drie tot vijf jaar verschenen.
Haar verhaal is geen uitzondering. Vele kopers kregen een fictieve voorstelling van de toekomst, terwijl de verkopers eigenlijk wisten dat de bestemmingsplannen ongewijzigd zouden blijven. De consequentie: duizenden Nederlanders zitten nu met een stuk landbouwgrond dat alleen nog te huur of te verpachten is, maar geen enkele marktwaarde heeft.
Juridische en politieke reactie op de speculatie
Advocaat Deepak Thakoerdien, die namens de Stichting Grondhandelclaim meer dan 200 vergelijkbare zaken behandelt, noemt de praktijken “misleiding” en “bedrog”. Hij wijst erop dat de verkopers herhaaldelijk benadrukten dat er “weinig risico” en “hoge winsten” waren, terwijl de realiteit precies het tegenovergestelde was. Ook notarissen die de transacties hebben afgehandeld, kregen kritiek omdat zij hun wettelijke plicht – de koper informeren over alle risico’s – niet nakwamen. In het dossier van Van der Poel ontbrak elke notariële waarschuwing; het contact verliep uitsluitend digitaal.
De gemeente Utrecht heeft inmiddels een motie ingediend om een regulerend plan te ontwikkelen dat grondspeculatie in de polder moet voorkomen. Raadsleden, waaronder Lars van Rooij (Student & Starter) en Rick van der Zweth (PRO), benadrukken dat grond geen pensioenbelegging is, maar een publieke ruimte die strategisch moet worden ingezet. Een concreet voorstel richt zich op het vergroten van gemeentelijk grondbezit, zodat toekomstige ontwikkelingsplannen niet kunnen worden ondermijnd door particuliere speculanten.
Tot nu toe is één van de betrokken handelaren, die de percelen in Rijnenburg opknipte, failliet verklaard. Toch blijft een nieuw bedrijf dezelfde strategie voortzetten, waardoor het risico op verdere slachtoffers niet is verdwenen. De rechtbank heeft echter in enkele gevallen – onder meer in Noord-Holland – geoordeeld dat consumenten onrechtmatig zijn behandeld en heeft de verkopers veroordeeld tot terugbetaling.
Voor Marijke van der Poel betekent dit een harde les: “Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.” Ze hoopt dat haar verhaal anderen waarschuwt en dat de overheid sneller ingrijpt om toekomstig misbruik te stoppen.



