Minister Vincent Karremans (VVD) heeft in een brief aan de Tweede Kamer bekendgemaakt dat €18 miljard van het geplande infrastructuurbudget wordt omgeleid van nieuwbouw naar onderhoud. De minister beschrijft deze stap als een noodzakelijke ‘herprioritering’ om de levensduur van wegen, bruggen, spoor en sluizen te verlengen. Het besluit volgt op jarenlang kritiek van de Algemene Rekenkamer, die al in 1997 waarschuwde dat het onderhouds- en beheerbudget te laag was en dat nieuwe projecten consequent de voorkeur kregen.
Budgetherziening: €18 mrd verschuiven van nieuwbouw naar onderhoud
De herverdeling is gebaseerd op een afwegingskader waarin de maatschappelijke meerwaarde van elk project wordt getoetst op mobiliteit, veiligheid en economische ontwikkeling. Door dit kader kreeg de uitbreiding van de Randstadrail en de ringweg rond Utrecht een negatieve beoordeling, waardoor er respectievelijk €270 miljoen en bijna €1 miljard vrijkomen. Het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds blijven tot 2040 een tekort van €80 miljard voorspellen, waardoor de regering enerzijds lange-termijntekorten moet afdekken en anderzijds direct onderhoud moet financieren.
Geannuleerde en behouden projecten
Projecten die vallen
Onder de afgeloste trajecten vallen onder meer de uitbreiding van de Randstadrail, de ringweg Utrecht, de verbreding van de N33 tussen Appingedam en de Eemshaven, en de aanleg van extra ligplaatsen langs de IJssel. Ook plannen om Ameland beter bereikbaar te maken worden opgeschort. De combinatie van deze keuzes levert meer dan €1,2 miljard vrij, maar leidt tot bezorgdheid bij gemeenten die de impact op woningbouw en bereikbaarheid voelen.
Projecten die doorgaan
Ondanks de bezuinigingen blijven diverse bouwprojecten onverminderd doorgaan. Zo wordt de verbreding van de A20 bij Nieuwerkerk voortgezet, krijgt treinstation Amsterdam Zuid een derde perron, en gaat de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl door. De Nedersaksenlijn – een nieuwe spoorverbinding tussen Enschede en Groningen – behoudt een budget van €2 miljard. Daarnaast blijft de uitbreiding van de Brainportregio op financiële voet staan.
Regionale impulsen: Brainport, Noord-Nederland en de Lelylijn
Voor de Brainportregio wordt €635 miljoen vrijgemaakt, aangevuld met €105 miljoen van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven. Het geld dient onder meer voor twee nieuwe zijperrons op Eindhoven Centraal, een ondergronds busstation en de verbreding van wegen rondom de nieuw te bouwen ASML-locatie bij Eindhoven Airport. Deze investeringen moeten de druk op het regionale verkeer verminderen en de 20 000 extra banen die ASML verwacht, faciliteren.
In het noorden van het land blijft de regering investeren in de nedersaksenlijn en het spoorknooppunt Meppel. Ook wordt een onafhankelijke adviescommissie geïnstalleerd om de haalbaarheid en financiering van de Lelylijn te onderzoeken. De commissie, onder leiding van Klaas Knot, krijgt de taak om de ruimtelijke en economische impact van de lijn te analyseren en alternatieve financieringsmodellen te bekijken.
De provincie Groningen uitte echter zorgen over de geplande verdubbeling van de N33 tussen Appingedam en de Eemshaven. Terwijl het traject Zuidbroek-Appingedam doorgaat, blijft de uitwerking van de noordelijke sectie onduidelijk, wat de strategische rol van de Eemshaven voor defensie en economische groei onder druk zet.
Gemeenten en provincies, die samen goed zijn voor 80 % van de civiele kunstwerken (bruggen, viaducten, damwanden en kades), roepen op tot een grotere ‘koek’: meer gelden voor de Mobiliteitsfondsen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) benadrukt dat op de lange termijn extra investeringen onontkoombaar zijn om Nederland bereikbaar te houden. De regering staat nu voor de uitdaging om de nieuwe prioriteiten te combineren met de eisen van defensie, die recentelijk hebben opgemerkt dat veel Nederlandse wegen en sporen niet voldoen aan NAVO-normen.



