Nederlandse pensioenfondsen hebben in de afgelopen jaren hun investeringen in fossiele bedrijven verminderd, maar het tempo van deze afbouw is volgens milieuorganisaties nog steeds te traag. Uit het rapport Investing in Climate Chaos 2026 van Urgewald blijkt dat twaalf Nederlandse pensioenfondsen gezamenlijk nog steeds €14,4 miljard hebben uitstaan in fossiele ondernemingen. Dit is bijna 15% minder dan in 2026, maar de blootstelling aan olie-, gas- en kolenbedrijven blijft aanzienlijk.
De gemiddelde blootstelling van deze pensioenfondsen aan fossiele beleggingen bedraagt 1,10% van hun totale vermogen. Echter, er zijn grote verschillen tussen de verschillende fondsen. Zo behoort Pensioenfonds PMT tot de grootste achterblijvers, met ruim €2 miljard belegd in fossiele bedrijven, goed voor 2,31% van het totale vermogen. Ook Pensioenfonds Detailhandel scoort relatief gezien nog hoog, met 2,43% van het vermogen – ongeveer €786 miljoen – in fossiele ondernemingen.
Pensioenfondsen met de hoogste fossiele blootstelling
Hoewel de percentages lager liggen, blijven ABP en PFZW in absolute termen de grootste Nederlandse investeerders in fossiele bedrijven. ABP heeft volgens het rapport nog circa €5,4 miljard aan fossiele beleggingen uitstaan, goed voor 1,01% van het totale vermogen. PFZW volgt met €2,7 miljard oftewel 1,07%. Beide fondsen maakten eerder bekend hun fossiele beleggingen af te bouwen, maar het onderzoek laat zien dat dit proces nog niet volledig is afgerond.
Andere pensioenfondsen die bovengemiddeld veel fossiele beleggingen aanhouden, zijn Pensioenfonds Vervoer, Rail & OV en bpfBouw met respectievelijk 1,78%, 1,74% en 1,71% van hun vermogen. Deze fondsen investeren onder meer in bedrijven als ShellBPEquinor en Eni die volgens de onderzoekers nog inzetten op uitbreiding van hun fossiele activiteiten.
Voorbeelden van snelle afbouw
Tegelijkertijd laat een aantal pensioenfondsen zien dat een vrijwel volledige uitstap uit fossiele bedrijven mogelijk is. Pensioenfonds PGB heeft nog slechts 0,15% van zijn vermogen in fossiele ondernemingen belegd. Het fonds investeert niet langer in kolenbedrijven en resteert nog slechts één belegging in een olie- en gasbedrijf. Ook het pensioenfonds van ING behoort tot de koplopers, met nog 0,23% van het vermogen in fossiele bedrijven.
Stephan Nemchik van Groen Pensioen stelt dat pensioenfondsen sneller moeten handelen. “Terwijl Europa opnieuw gebukt gaat onder een hittegolf, blijven pensioenfondsen ons pensioengeld investeren in fossiele bedrijven die klimaatverandering aanjagen.” Hij benadrukt de urgentie van het probleem en roept op tot snellere actie.
Internationale vermogensbeheerders domineren fossiele investeringen
Waar Nederlandse pensioenfondsen hun fossiele blootstelling geleidelijk verkleinen, blijven grote internationale vermogensbeheerders volgens het onderzoek juist omvangrijke belangen aanhouden. De Amerikaanse vermogensbeheerder Vanguard voert de ranglijst aan met circa $660 miljard aan fossiele investeringen. BlackRock volgt met ongeveer $553 miljard.
De onderzoekers wijzen erop dat BlackRock voor circa zeven miljoen Nederlanders pensioenvermogen beheert. Samen zijn VanguardBlackRock en het Public Investment Fund van Saudi-Arabië verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van alle institutionele investeringen in fossiele bedrijven wereldwijd. Sommige fossiele obligaties waarin onder meer BlackRock investeert hebben zelfs looptijden tot 2115.
Hiske Arts van Fossielvrij stelt dat “BlackRock en Vanguard liggen op ramkoers met de wereld. Te midden van hittegolven en weersextremen blijven zij enorme bedragen in fossiele Bedrijven investeren.” Zij waarschuwt dat Nederlandse pensioenfondsen die de macht van deze Amerikaanse vermogensbeheerders blijven vergroten, hun eigen toekomst in gevaar brengen.