De vraag hoeveel spaargeld normaal isis niet eenvoudig te beantwoorden. Het hangt af van vele factoren zoals leeftijd, inkomen, en levensfase. Toch bieden de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een handig ijkpunt.
In 2026 had een gemiddeld Nederlands huishouden €54.700 aan bank- en spaartegoeden. De mediaan, het bedrag waarboven en beneden evenveel huishoudens zitten, lag op €21.500. Dit laatste bedrag geeft vaak een realistischer beeld, omdat een kleine groep huishoudens met veel spaargeld het gemiddelde flink omhoogtrekt.
Spaargeld in Nederland: een overzicht
Nederlanders blijven veel sparen, ondanks hogere vaste lasten en wisselende spaarrentes. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) stond er eind 2026 €600,5 miljard op betaal- en spaarrekeningen van Nederlandse huishoudens. Hiervan stond €487,1 miljard op spaarrekeningen en €113,4 miljard op betaalrekeningen.
Het groeiende totale spaargeld betekent niet dat iedereen veel spaargeld heeft. De verschillen tussen huishoudens zijn groot. Daarom is het belangrijk om naast het gemiddelde ook naar de mediaan te kijken.
Spaargeld per leeftijdsgroep
Het bedrag aan spaargeld verschilt sterk per leeftijd. Jongere huishoudens hebben vaak minder kunnen opbouwen vanwege studiekosten of de aankoop van een eerste woning. Bij oudere huishoudens zie je dat spaargeld meestal oploopt tot rond de pensioenleeftijd.
Hieronder zie je een overzicht van het gemiddelde en mediane bedrag aan bank- en spaartegoeden per leeftijdsgroep, gebaseerd op de leeftijd van de hoofdkostwinner van het huishouden:
- Tot 25 jaarGemiddeld €10.800, mediaan €3.400
- 25 tot 35 jaarGemiddeld €23.700, mediaan €9.800
- 35 tot 45 jaarGemiddeld €35.700, mediaan €15.200
- 45 tot 55 jaarGemiddeld €55.300, mediaan €23.300
- 55 tot 65 jaarGemiddeld €73.800, mediaan €31.400
- 65 tot 75 jaarGemiddeld €76.600, mediaan €35.600
- 75 tot 85 jaarGemiddeld €75.000, mediaan €34.800
- 85 jaar of ouderGemiddeld €70.700, mediaan €33.000
Het patroon is duidelijk: het spaargeld loopt meestal op naarmate huishoudens ouder worden. Rond de pensioenleeftijd is het gemiddelde spaarsaldo het hoogst. Daarna vlakt het af, onder meer doordat mensen hun spaargeld gebruiken als aanvulling op hun inkomen of voor grotere uitgaven.
Spaargeld per inkomensbron
Het spaarsaldo verschilt ook sterk per type huishouden. Zelfstandig ondernemers hebben gemiddeld meer bank- en spaartegoeden dan werknemers in loondienst. Gepensioneerden hebben gemiddeld het hoogste spaarsaldo.
Hier is een overzicht van het gemiddelde en mediane bedrag aan bank- en spaartegoeden per inkomensbron:
- Werknemer in loondienstGemiddeld €47.400, mediaan €20.200
- Zelfstandig ondernemerGemiddeld €65.700, mediaan €24.300
- PensioenGemiddeld €77.700, mediaan €35.300
Bij zelfstandig ondernemers speelt mee dat zij vaak zelf geld apart moeten zetten voor btwinkomstenbelasting, rustige maanden, investeringen en pensioen. Daardoor kan het saldo op hun zakelijke en privéspaarrekeningen hoger liggen dan bij mensen in loondienst.
Er bestaat geen vast bedrag dat voor iedereen goed is. Hoeveel spaargeld verstandig is, hangt af van je inkomen, vaste lasten, gezinssituatie, woning, auto en plannen voor de komende jaren. Het Nibud adviseert om structureel te sparen, bijvoorbeeld ongeveer 10% van je inkomen, en een buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven.
Gebruik het gemiddelde spaargeld daarom vooral als vergelijking, niet als norm. Het belangrijkste is dat je genoeg achter de hand hebt om tegenvallers op te vangen zonder direct in de problemen te komen.
Wil je weten hoe je ervoor staat ten opzichte van anderen? Dan is de mediaan meestal het eerlijkste vergelijkingspunt. Het gemiddelde wordt namelijk sterk beïnvloed door huishoudens met veel spaargeld. Daarom kan het gemiddelde hoog voelen, terwijl de helft van de huishoudens minder heeft dan de mediaan.
Stel: vijf huishoudens hebben €1.000, €3.000, €10.000, €15.000 en €250.000 spaargeld. Het gemiddelde is dan €55.800, terwijl de mediaan €10.000 is. Dat laat goed zien waarom de mediaan vaak realistischer voelt.
Heb je een ruime buffer opgebouwd en verwacht je een deel van je geld voorlopig niet nodig te hebben? Dan kan het interessant zijn om naast sparen ook te beleggen. Daarmee vergroot je de kans op een hoger rendement op de lange termijn. Daar staat tegenover dat beleggen risico’s met zich meebrengt. Je inleg kan minder waard worden.
Recent onderzoek van de Autoriteit financiële markten (AFM) laat zien dat veel huishoudens wel voldoende financiële ruimte hebben om te beleggen, maar dat toch niet doen. Dat hoeft natuurlijk geen probleem te zijn. Maar als je veel spaargeld hebt én later mogelijk geld tekortkomt, kan het verstandig zijn om te kijken of een deel van je geld meer voor je kan doen.
Spaargeld is maar één onderdeel van je totale vermogen. Denk ook aan beleggingen, de waarde van je woning, je hypotheek, je pensioen en eventuele schulden. In dit artikel over gemiddeld vermogen per leeftijd lees je hoe het complete financiële plaatje van je leeftijdsgenoten eruitziet.


