Voor iedereen die spaargeld of beleggingen bezit, is box 3 een onontkoombaar onderdeel van de Nederlandse inkomstenbelasting. De regels voor 2026 en 2027 kennen een paar cruciale wijzigingen: een licht hogere vrijstellingsgrens, een verhoogd fictief rendement op aandelen en een blijvend tarief van 36 % op de berekende heffing. In dit artikel geven we een volledig overzicht, zodat je precies weet hoeveel belasting je eventueel moet afdragen.
Vrijstellingen en heffingsgrondslag
De belastingdienst hanteert per kalenderjaar een drempel waarboven vermogensrendementsheffing ontstaat. Voor alleenstaanden ligt deze grens in 2026 op € 59.357; bij fiscale partners verdubbelt dit naar € 118.714. In 2027 stijgt de vrijstelling naar € 60.098 voor een individuele belastingplichtige en € 120.196 voor partners. Vermogen onder deze bedragen blijft onbelast. Alles wat op 1 januari van het betreffende jaar meer waard is dan de vrijstelling, wordt belast volgens een fictief rendement, niet op basis van het werkelijke resultaat.
Voorbeeld: enkelvoudige belegger
Stel, Jan heeft op 1 januari 2026 een beleggingsportefeuille ter waarde van € 85.000 en geen spaargeld of schulden. Zijn heffingsvrije vermogen bedraagt € 59.357, waardoor € 25.643 belastbaar is. De Belastingdienst gaat uit van een fictief rendement van 6,00 % voor beleggingen. Over dit fictieve rendement betaalt Jan 36 % belasting, oftewel (6,00 % × € 25.643) × 36 % ≈ € 553. Hetzelfde rekenmodel geldt voor 2027, maar dan met een fictief rendement van 6,37 %.
Fictieve rendementen per vermogenscategorie
De overheid maakt elk jaar een aanneming over het gemiddelde rendement dat je zou behalen op verschillende soorten vermogen. Voor 2026 gelden de volgende (voorlopige) percentages:
- Bank- en spaartegoeden 1,28 % (voorlopig)
- Beleggingen en vastgoed 6,00 % (definitief)
- Schulden 2,70 % (voorlopig)
In 2027 blijft het fictieve rendement op beleggingen stijgen naar 6,37 %; de exacte percentages voor spaargeld en schulden worden later vastgesteld. De vermogensrendementsheffing blijft ongewijzigd op 36 %, waardoor iedereen hetzelfde belastingpercentage betaalt, ongeacht het daadwerkelijk behaalde rendement.
Dividendbelasting en verrekening in box 3
Beleggen in aandelen kan extra inkomsten opleveren in de vorm van dividend. In Nederland wordt doorgaans 15 % dividendbelasting ingehouden op het bruto dividend. Deze ingehouden belasting kun je bijna altijd verrekenen met de vermogensrendementsheffing die je in box 3 verschuldigd bent. Bijvoorbeeld: als je € 1.000 dividend ontvangt, wordt € 150 ingehouden; die € 150 kun je aftrekken van de te betalen belasting in box 3. Bij buitenlandse aandelen kan het tarief verschillen en kan het nodig zijn een dubbelbelastingverdrag toe te passen om een teruggaaf te krijgen.
Aangifteverplichting
Alle Nederlandse belastingplichtigen moeten hun volledige vermogen – inclusief aandelen, spaarrentes, cryptomunten en andere digitale activa – opgeven in de aangifte box 3. De peildatum is altijd 1 januari van het aangiftetijdvak. Het kunstje om op de jaarwisseling vermogen te verschuiven om de belastingdruk te verlagen, wordt door de Belastingdienst beschouwd als peildatumarbitrage en kan leiden tot naheffingen.
Toekomstige wijziging: van fictief naar werkelijk rendement
De huidige forfaitaire aanpak loopt ten minste tot 2028. Daarna wil de overheid overstappen op een vermogensaanwasbelasting die het werkelijke rendement van je vermogen belast. Dit moet zorgen voor een eerlijker systeem, maar de invoering is nog onderwerp van politiek en technisch debat, waardoor de exacte datum onzeker blijft.
Samengevat: in 2026 en 2027 betaal je geen vermogensrendementsheffing zolang je totale vermogen onder de vrijstellingsgrens blijft. Zodra je boven die grens uitkomt, wordt een fictief rendement toegepast – 6,00 % voor beleggingen in 2026 en 6,37 % in 2027 – en wordt hier 36 % belasting over geheven. Let op dividendbelasting, peildatum en eventuele toekomstige veranderingen in de wetgeving.



