Naar inhoud springen
22 september 2026

Directe subsidie vervangt kinderopvangtoeslag, vergoeding stijgt tot 95,6%

Nieuw kinderopvangstelsel belooft bijna volledige vergoeding, maar eigen bijdrage stijgt enigszins voor lage inkomens.

Directe subsidie vervangt kinderopvangtoeslag, vergoeding stijgt tot 95,6%

Minister Aartsen heeft recent het wetsvoorstel voor een fundamentele hervorming van de kinderopvangfinanciering naar de Raad van State gestuurd. Het plan luidt: vanaf 2029 wordt de traditionele kinderopvangtoeslag afgeschaft en vervangen door een inkomensafhankelijke subsidie die rechtstreeks naar kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus stroomt. Voor werkende ouders betekent dit dat de administratieve rompslomp sterk wordt verminderd en dat de kans op grootschalige terugvorderingen grotendeels verdwijnt.

In de overgangsfase, die loopt tot 2029, stapt de overheid gefaseerd de vergoeding omhoog. In 2025 en 2026 werden al extra budgetten van respectievelijk € 500 miljoen en € 200 miljoen gereserveerd om de eerste verhogingen van de kinderopvangtoeslag mogelijk te maken. Op Prinsjesdag 2027 werd aangekondigd dat de vergoedingspercentages met nog eens € 322 miljoen zullen stijgen. Tegen het einde van de transitie, in 2029, krijgen alle werkende ouders een vergoeding van 95,6 % van de maximum-uurprijs, waarna de eigen bijdrage van de ouders slechts een marginale fractie uitmaakt.

Inkomensonafhankelijke subsidie en eigen bijdrage

De kern van het nieuwe systeem is een subsidie zonder inkomensgrens die rechtstreeks wordt uitbetaald aan de kinderopvanglocaties. Ouders hoeven dan alleen een eigen bijdrage te betalen die wordt berekend als een percentage van het gefinancierde bedrag. Bij een vergoeding van 96 % betaalden ouders 4 % eigen bijdrage; bij de nieuwe 95,6 % stijgt dit percentage naar 4,4 %. Een praktisch voorbeeld: op een berekeningsgrondslag van € 1.000 bedraagt de eigen bijdrage nu € 44 in plaats van € 40 – een relatieve stijging van 10 %, maar geen directe 10 % hogere kinderopvangrekening.

Voor gezinnen met een laag inkomen kan dit effect echter merkbaar zijn, omdat de absolute € 4 extra per maand kan oplopen tot ongeveer € 120 per jaar bij een gemiddeld gebruikspatroon. Het kabinet heeft daarom in het voorstel een extra reservering van € 240 miljoen (2029-2038) voor de gemeenten opgenomen, zodat lokale overheden gezinnen die financieel in de knel komen kunnen ondersteunen.

Financiële omvang en voorwaarden

Vanaf 2029 wordt er jaarlijks circa € 9 miljard vanuit de staatskas ingezet voor het kinderopvangstelsel. Omdat dit publieke geld naar particuliere marktpartijen gaat, moeten de uitgaven voldoen aan de Europese regels voor staatssteun. Daarom wordt de kinderopvang geclassificeerd als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB). Deze status maakt het mogelijk om voorwaarden te stellen aan kwaliteit, aanbod en prijsontwikkeling, zonder de ondernemersvrijheid onnodig te beperken. Gastouderbureaus vallen buiten de strengere DAEB-regels, zodat zij flexibel kunnen blijven opereren.

De wet voorziet ook in jaarlijkse indexering van de maximum-uurprijzen en de toetsingsinkomens. Voor 2027 bedragen de maximumbedragen: dagopvang € 11,60 per uur, buitenschoolse opvang € 10,31 per uur en gastouderopvang € 8,77 per uur. Deze cijfers worden jaarlijks aangepast aan de inflatie, zodat zowel aanbieders als ouders een stabiel financieel kader behouden.

Impact op vraag en aanbod

Het kabinet verwacht dat een betaalbaarder stelsel de vraag naar kinderopvang zal doen toenemen, juist op een moment dat de sector kampt met personeelstekorten. Door de stapsgewijze verhoging van de vergoeding krijgen organisaties de tijd om hun capaciteit uit te breiden en kwaliteitsnormen te handhaven. Tegelijkertijd biedt de directe subsidie een duidelijk signaal aan investeerders dat de overheid langdurig wil blijven investeren in de sector.

Samengevat betekent de hervorming dat de kinderopvangtoeslag als eerste toeslag wordt afgeschaft, terwijl de overheid met een ruig budget en een nieuwe subsidiemodel probeert zowel betaalbaarheid als kwaliteit te waarborgen. De uiteindelijke uitwerking moet nog door het parlement worden goedgekeurd, maar de basisprincipes – directe uitbetaling, hoger vergoedingspercentage en gemeentelijke ondersteuningsfondsen – liggen nu duidelijk op tafel.