De Europese Commissie heeft aangekondigd de OIM-regels (Onderneming in Moeilijkheden) vanaf 2027 te herzien. Het doel is staande te houden dat bedrijven die geen levensvatbare vooruitzichten meer hebben, geen onterechte staatssteun ontvangen. Echter, een groeiende groep lidstaten – met Nederland aan kop – waarschuwt dat de voorgestelde aanpassing te bescheiden is en juist innovatieve startups en scale-ups in het nauw zou drijven.
Minister Heleen Herbert (EZK) heeft zich samen met negen andere EU-landen – België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Letland, Luxemburg, Oostenrijk, Polen, Slowakije en Tsjechië – uitgesproken over een herdefiniëring van wat wordt meegeteld als eigen vermogen. In hun gezamenlijke brief, gepresenteerd op 24 september 2026, wordt aangedrongen op een inclusie van achtergestelde leningen en andere vormen van quasi-eigen vermogen in de OIM-definitie.
EU-definitie ‘Onderneming in Moeilijkheden’ onder vuur
De huidige regels beschouwen een onderneming als in moeilijkheden wanneer zij – op basis van een strikte balansanalyse – niet langer als financieel gezond wordt gezien. Financieringsinstrumenten die zowel vreemd- als eigen-kapitaal kenmerken, zoals achtergestelde leningen of mezzanine-kapitaal, worden bij die beoordeling echter niet als eigen vermogen erkend. Voor veel groeibedrijven is dit een cruciaal obstakel, want ze gebruiken juist deze hybride instrumenten om snel te kunnen schalen zonder volledige uitgifte van aandelen. Hierdoor kunnen zij op papier onder de OIM-grens vallen terwijl hun operationele cash-flow en groei-potentieel gezond blijven. Het gevolg is het verlies van toegang tot Europese subsidies, garanties of leningen.
Elf lidstaten presenteren gemeenschappelijk amendement
Het door de elf landen voorgestelde amendement vraagt om een expliciete opname van achtergestelde leningen convertible bonds en andere quasi-eigen vermogensinstrumenten als volwaardig eigen vermogen. Deze wijziging moet ervoor zorgen dat ondernemingen die risicokapitaal aantrekken niet onterecht als ‘in moeilijkheden’ worden bestempeld. De brief wordt besproken tijdens de Raad voor Concurrentievermogen in Brussel, eveneens op 24 september, en zal vervolgens door de Europese Commissie worden geëvalueerd. Minister Herbert heeft daarnaast gesprekken gevoerd met Eurocommissaris Teresa Ribera, die de mededingingsportefeuille leidt, om de impact op de interne markt te benadrukken.
Financiële impuls vanuit Nederland: ABP en Nationale Investeringsinstelling
Parallel aan de beleidsdiscussies zet Nederland zelf een krachtige financiële stap. ABP, ’s lands grootste pensioenfonds, heeft aangekondigd de komende drie jaar circa €1 mrd te investeren in jonge, veelbelovende Europese technologiebedrijven. De eerste €250 miljoen vloeit in het Scaleup Europe Fund een fonds dat zich richt op AI, quantumtechnologie en ruimtevaart – sectoren die volgens bestuursvoorzitter Harmen van Wijnen cruciaal zijn voor de Europese waardeketen. Van Wijnen stelt dat veel Nederlandse scale-ups momenteel kapitaal buiten de EU zoeken; dit extra budget moet die drift keren en innovatie binnen het continent behouden.
Op 25 september 2026 heeft de Nederlandse regering bovendien de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling (NII) aangekondigd. De NII moet specifieke financieringskloof voor veelbelovende tech-bedrijven opvangen die groeien van een briljant idee naar een werkgever voor duizenden werknemers. Minister van Economische Zaken en Klimaat, Heleen Herbert, benadrukte dat de NII, in combinatie met Europese initiatieven, een stevig vangnet moet vormen tegen de huidige OIM-beperkingen. Samen met de EU-herziening en de kapitaalinjectie van ABP vormt dit een geïntegreerde strategie om de Europese innovatie-economie te verduurzamen.
Waarom de wijziging cruciaal is voor innovatie
Wanneer quasi-eigen vermogen wordt erkend als volwaardig eigen kapitaal, krijgen startende bedrijven een betere toegang tot publieke garanties en subsidies. Dat stimuleert investeringen in baanbrekende technologieën, vermindert de afhankelijkheid van niet-Europese financiers en ondersteunt de ambitie van de EU om wereldwijd voorop te lopen in digitale en groene transitie. De combinatie van een aangepaste OIM-definitie, €1 mrd van ABP en de opgezette NII maakt Nederland tot een potentiële hub voor de volgende generatie tech-unicorns.



