Naar inhoud springen
15 oktober 2026

EU wijst voorstel van VS af om bevroren Russische gelden te beheren

Washington wil de miljoenen van de Russische centrale bank in eigen beheer nemen om een vredesonderhandeling te starten, maar Europese ministers verzetten zich krachtig.

EU wijst voorstel van VS af om bevroren Russische gelden te beheren

In een poging de verschuiving in de strijd om Oekraïne te beïnvloeden, hebben twee Amerikaanse bemiddelaars een voorstel gepresenteerd dat de bevroren tegoeden van de Russische centrale bank onder Amerikaans beheer zou plaatsen. De hoeveelheid betreft ongeveer 260 miljard euro een bedrag dat sinds de invasie in 2022 door Europese staten op een speciale kredietinstelling is geblokkeerd. De strategische gedachte is dat Washington via gecontroleerde financiële transacties druk op Moskou kan uitoefenen en tegelijkertijd een signaal van bereidwilligheid naar Kiev uitzendt. De presentatie vond plaats tijdens een intensieve bijeenkomst in Miami, waar vertegenwoordigers van Oekraïne, Rusland, de NAVO en verschillende Europese ministeries aanwezig waren.

Amerikaanse bemiddeling en Europees verzet

De twee ambtenaren die het initiatief leidden, Steve Witkoff en Jared Kushner, legden uit dat het beheer van de bevroren reserves een hefboom zou kunnen vormen om de oorlogse situatie te de-escaleren. Hun argumentatie was dat een gecontroleerde uitgifte van geld aan Russische entiteiten een brug zou kunnen slaan naar een diplomatieke dialoog. Europese delegaties, met name de Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radosław Sikorski, lachten het plan echter uit. Sikorski merkte aan dat de Verenigde Staten «over onze lijken» spreken, waarmee hij de ontoegankelijkheid van een dergelijk plan voor Europese belangen onderstreepte. De EU-leiders stelden unaniem dat ze het voorstel afwezen, uit vrees dat de onafhankelijkheid van hun financiële sancties zou worden ondermijnd.

De bevroren Russische reserves: omvang en politiek gewicht

De 260 miljard euro aan geblokkeerde tegoeden vormen één van de belangrijkste onderhandelingsinstrumenten die Europa sinds de aanvang van de oorlog bezit. Deze fondsen zijn ondergebracht in een logistiek complex in België en worden bewaakt door een internationale clearing-house. Een groot deel van de lidstaten, bijzonder België, heeft zich tegen enige vorm van herbestemming verzet, omdat ze vrezen voor mogelijke represailles vanuit Moskou. De som zou, indien vrijgemaakt, de totale Europese steun aan Kiev bijna verdubbelen, volgens berekeningen van de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Maria Malmer Stenergard. Zij benadrukte dat een dergelijke financieringsboost een cruciaal keerpunt zou betekenen voor de Oekraïense defensie.

Zweden en Estland eisen toelating van de gelden

Voor de Zweedse en Estse minister van Buitenlandse Zaken was de situatie onacceptabel. Beide mannen – Maria Malmer Stenergard en Margus Tsahkna – pleitten openlijk voor een spoedige vrijgave van de bevroren Russische tegoeden ten gunste van humanitaire en militaire steun aan Oekraïne. Tijdens een EU-buitenlandse bijeenkomst op 12 oktober 2026 riepen zij de andere lidstaten op om concrete voorstellen van de Europese Commissie te presenteren die geen onevenredige risico’s voor individuele landen met zich meebrengen. De Zweedse minister wees specifiek op België, waar de gelden feitelijk geparkeerd liggen, en waarschuwde dat het vasthouden aan het status-quo de EU-solidariteit ondermijnt. Andere ministers, waaronder de Duitse minister van Europese Zaken Gunther Krichbaum en de Nederlandse minister Tom Berendsen, bevestigden dat de EU de druk op Moskou moet opvoeren en de financiële steun aan Kiev moet verhogen.

Hoewel er nog geen definitieve beslissing is genomen, maakt de recente discussie duidelijk dat de verdeeldheid binnen de Unie over de bestemming van de Russische reserves toeneemt. De Verenigde Staten blijven aandringen op een gezamenlijk beheer, terwijl een groeiend aantal Europese landen – onder leiding van Zweden en Estland – erop aandringen dat de gelden direct naar Oekraïne moeten gaan. De komende weken zullen cruciaal blijken voor het algehele geopolitieke evenwicht en voor de toekomstige koers van de Europese sanctie-politiek tegen Rusland.