Op 1 januari 2026 trad de Wet Toekomst Pensioenen (WTP) in werking. De hervorming moest de pensioenmarkt persoonlijker maken, de transparantie vergroten en de bestendigheid tegen economische schokken verbeteren. Voor gepensioneerden klonk de boodschap: een directe koppeling tussen beleggingsresultaten en de jaarlijkse indexatie waardoor ze beter konden profiteren van hoge rendementen.
In de praktijk bleek echter een andere uitwerking. Terwijl de meeste grote fondsen – zoals Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), het bouwpensioenfonds en het Metaal- en Techniekfonds – in de eerste helft van 2026 een totaalrendement van 6,2 % rapporteerden, ziet de komende indexatie er voor 2027 uitziet als een bescheiden 0,66 %. De inflatie in september 2026 bedraagt volgens de snelle raming 3,4 %, waardoor de koopkracht van een aanzienlijk deel van de gepensioneerden er jaarlijks onder lijdt.
De cijfers: rendement versus uitkering
PFZW baseert de indexatie op de beleggingsopbrengsten die per 30 september bekend zijn. Omdat de externe data-leveranciers pas eind juni cijfers verschaffen, moet de pensioengemeenschap een inschatting maken. Het gefeliciteerde 6,2 % rendement wordt niet één-op-één omgezet in de pensioenen. Het systeem verdeelt het totale resultaat over drie onderdelen: een deel wordt direct aan de uitkeringen toegevoegd, een tweede deel wordt gereserveerd voor een solide buffer die tegen eventuele beurscrashes moet beschermen, en het resterende percentage wordt belegd als overrendement voor de komende jaren.
Voor gepensioneerden betekent dit dat van de 6,2 % slechts ongeveer een derde (rond 2 %) beschikbaar wordt gesteld als beschermingsrendement. Van dit beschermingsrendement krijgen deelnemers een nog kleiner percentage – in het geval van PFZW is dat 0,66 % – terwijl de overige twee derde in een apart potje wordt gestopt om de pensioenen te kunnen handhaven als de markt tegenzit.
Waarom de uitkering zo laag blijft
De wetgever heeft bewust gekozen voor een paternalistisch risicoprofiel. Voor ouderen en anderen die al met pensioen zijn, wordt een laag risico-profiel opgelegd: een overheersende positie in obligaties in plaats van aandelen. Hierdoor is de kans op plotselinge dalingen kleiner, maar het potentiële rendement eveneens lager. Jongere deelnemers mogen daarentegen meer in aandelen beleggen, met de verwachting dat ze later meer profiteren.
Het resultaat is een structurele kloof tussen de gerealiseerde marktrendementen en de uitbetalingen die gepensioneerden daadwerkelijk ontvangen. Bovendien heeft de oude regel, die een verplicht dekkingsgraad van minimaal 100 % eiste, plaatsgemaakt voor een systeem waarin buffers – nu in de vorm van een zogenaamde “solide reserve” – nog steeds een groot deel van het vermogen vasthouden. Deze reserve moet in theorie bescherming bieden tegen een dalende beurs, maar in de praktijk betekent ze dat een aanzienlijk deel van de behaalde opbrengsten niet wordt uitgekeerd.
Gevolgen voor de koopkracht en de politieke respons
De cijfers geven een duidelijk signaal: hoewel de gemiddelde pensioenverhoging voor 2027 volgens het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 0,3 % bedraagt, zal voor circa 34 % van de gepensioneerden de koopkracht dalen. Het verschil tussen de inflatie van 3,4 % en de daadwerkelijke indexatie van rond 0,6 % creëert een netto verlies van meer dan drie procent per jaar. Voor gepensioneerden met alleen AOW en zonder aanvullend pensioen is dit effect nog sterker, aangezien zij geen extra verhoging uit een pensioenfonds ontvangen.
Minister Hans Vijlbrief (D66) heeft in een recent Kamerdebat de urgentie van het behoud van koopkracht erkend, maar concrete maatregelen worden pas begin volgend jaar verwacht. De politieke discussie richt zich nu vooral op de balans tussen risicobeperking voor ouderen en het streven naar een rechtvaardig rendement voor alle deelnemers.
Het nieuwe systeem biedt meer transparantie, maar de combinatie van lage indexatie, bufferopbouw en een conservatieve beleggingsstrategie voor gepensioneerden betekent dat veel ouderen een afname van hun reële inkomen zullen ervaren.



