Het kabinet heeft een nieuw kinderopvangstelsel ontwikkeld dat per 1 januari 2029 in werking moet treden. In plaats van de huidige kinderopvangtoeslag die per huishouden varieert, betaalt de overheid rechtstreeks 95,6 % van de uurprijs aan de opvanglocatie. Ouders hoeven alleen een kleine eigen bijdrage te leveren, waardoor onverwachte terugvorderingen worden voorkomen. Deze verschuiving kost de overheid jaarlijks zo’n 60 miljoen euro meer dan eerder begroot, vooral door hogere uitvoerings- en toezichtkosten.
Hoe het nieuwe financieringsmodel werkt
De wetgeving zet de kinderopvang om in een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) zodat de financiering binnen de Europese regels voor staatssteun blijft. De overheid realiseert zo een bijna kosteloze kinderopvang voor de meeste gezinnen, terwijl er ruimte blijft voor gezonde bedrijfsvoering en innovatie. Voor de overgangsperiode 2028-2029 heeft de regering €322 miljoen gereserveerd, wat €350 miljoen minder is dan oorspronkelijk gepland. Daarnaast wordt vanaf 2029 tot 2038 jaarlijks €24 miljoen beschikbaar gesteld zodat gemeenten de eigen bijdrage van ouders gedeeltelijk kunnen compenseren.
Wat betekent de wijziging voor gezinnen met een laag inkomen?
Momenteel krijgen gezinnen met een laag inkomen een terugbetaling van 96 % van de opvangkosten. In het nieuwe systeem daalt dit percentage naar 95,6 %, waardoor de eigen bijdrage van deze gezinnen stijgt van 4 % naar 4,4 % van de maximale uurprijs – een toename van tien procent. Voor een voorbeeldgezin met twee kinderen dat twee dagen per week naar de opvang gaat, betekent dit een extra uitgave van circa €120 per jaar. Het kabinet stelt dat dit bedrag relatief klein blijft, maar organisaties als de BMK waarschuwen dat zelfs een marginaal hoger bedrag een drukpunt kan vormen voor huishoudens met beperkte financiële ruimte.
Politieke reacties en vervolgprocedure
De BMK heeft haar kritiek geuit op de verlaging van de overheidsvergoeding en vraagt om een minimum van 96 % om toekomstige onzekerheid te vermijden. De partij benadrukt dat een eventuele verdere daling in 2030 de stabiliteit van het stelsel ondermijnt. Het wetsvoorstel moet nog door zowel de Eerste als de Tweede Kamer worden goedgekeurd, nadat de Raad van State haar advies heeft uitgebracht. Bovendien zijn er begrotingsonderhandelingen gaande; de kinderopvangtoeslag voor 2027 is nog niet definitief, omdat de coalitie momenteel geen meerderheid heeft voor het totale budget.



