De zoektocht naar de identiteit van Satoshi Nakamoto kreeg tussen 8 oktober 2026 en 22 april 2026 hernieuwde aandacht toen drie opvallende onderzoeken elk een andere richting insloegen. Een HBO-documentaire, een diepgravend artikel van de New York Times en een uitgebreid onderzoeksproject presenteerden afzonderlijk theorieën die vier verschillende verdachten aanwijzen, maar geen van de initiatieven leverde het beslissende cryptografische bewijs waar velen op hopen.
Elke bewering rustte op een andere methodologie: forumbergonomie en technische overeenkomsten in de documentaire, stilometrie in de krant, en combinatie-analyse van personeelsprofielen en vroeg mining-activiteiten in de speelfilm. Ondanks publieke aandacht en discussies binnen de community bleven fundamentele elementen ongewijzigd: geen getekend bericht met Satoshi’s bekende privésleutel en geen beweging van de circa 1,1 miljoen BTC die al lang met de vroege miners worden geassocieerd.
Het HBO-onderzoek: waarom Peter Todd werd genoemd
Op 8 oktober 2026 bracht HBO de documentaire “Money Electric: The Bitcoin Mystery” uit, geregisseerd door Cullen Hoback, waarin de Canadese ontwikkelaar Peter Todd als mogelijke Satoshi werd voorgesteld. De makers baseerden hun hypothese op vroege cypherpunk-activiteiten, specifieke forumposts en vermeende technische overeenkomsten met Satoshi’s laatste publieke schrijfsels. De film benadrukte ook dat Todd op 15-jarige leeftijd al communiceerde met figuren als Hal Finney en Adam Back, wat volgens de regisseur een aanwijzing was voor zijn diepe betrokkenheid.
Todd weersprak de aantijgingen onmiddellijk en noemde de redenering “ridicuul”. Binnen de ontwikkelaarsgemeenschap van Bitcoin groeide steun voor zijn ontkenning; critici wezen erop dat veel van Hobacks bewijs circumstantieel was en dat er geen enkel cryptografisch element werd aangeleverd om de bewering te verifiëren. Het belangrijkste toetssteen—een met Satoshi’s privésleutel geteekend bericht—ontbrak volledig.
De New York Times-analyse: stilometrie en Adam Back
Op 8 april 2026 publiceerde John Carreyrou in de New York Times een onderzoekstitelend stuk, waarbij hij na ongeveer een jaar analyse concludeerde dat stilometrische patronen wezen naar Adam Back, de Britse cryptograaf en CEO van Blockstream. Carreyrou bracht taalpatronen in kaart, zoals afwisselend gebruik van “e-mail” en “email”, herhalend gebruik van bepaalde voegwoorden en specifieke woordspelingen die overeenkomsten vertoonden tussen Back’s vroege bijdragen en Satoshi’s posts uit 2008.
Back ontkende ook deze aanspraken en verklaarde dat overeenkomsten voortkwamen uit een gedeelde cypherpunk-cultuur en niet uit identieke identiteit. Het artikel leverde geen verificatie via handtekeningen van privésleutels en voorspellingmarkten reageerden terughoudend: Polymarket opende op 9 april 2026 een contract en waardeerde de kans dat Back vóór 31 december 2026 als Satoshi zou worden bevestigd op slechts 6%, gebaseerd op een handelsvolume van 14.598 dollar.
Wat stilometrie wél en niet kan bewijzen
Stilometrische analyses kunnen patronen blootleggen maar blijven gevoelig voor borg- en correlatiefouten. In deze zaak benadrukten tegenstanders dat leden van dezelfde digitale subcultuur vaak vergelijkbare schrijfwijzen ontwikkelen, waardoor het risico bestaat van foutieve toeschrijvingen. Zonder een cryptografisch signaal blijft zelfs een gedetailleerde stilometrie slechts een plausibele hypothese, geen definitief bewijs.
Het duo-hypothese: Finney en Sassaman in “Finding Satoshi”
Op 22 april 2026 verscheen “Finding Satoshi”, het resultaat van vier jaar onderzoek door William D. Cohan en privédetective Tyler Maroney. Deze productie zette een alternatieve theorie: dat Hal Finney en Len Sassaman samenwerkten als twee gezichten van Satoshi. Volgens de filmmakers zou Finney verantwoordelijk zijn geweest voor de code terwijl Sassaman het white paper en de publieke communicatie zou hebben verzorgd. Beide mannen zijn overleden; Finney stierf in 2014 en Sassaman in 2011.
Het team verwees naar analyses van vroege mining-patronen, correlaties in online-activiteit en interviews met naasten, waaronder een terughoudende reactie van Finneys weduwe en een inschatting van Sassamans echtgenote dat samenwerking mogelijk was. Toch ontbrak opnieuw het doorslaggevende cryptografische bewijs: geen ondertekend bericht, geen verplaatsing van de coins en tegenargumenten over timestamp- en fusoorrgegevens bleven bestaan.
Reacties uit de sector en het bredere plaatje
De documentaire trok prominente reacties: leiders uit de crypto-industrie en cryptografen waardeerden de diepgaande research, maar erkenden ook het ontbreken van verifieerbare sleutels. Het gezamenlijke beeld van de drie onderzoeken laat zien dat elke nieuwe claim vaak bestaande kandidaten uitsluit, terwijl de fundamentele onopgeloste elementen—de privésleutel en de inactiviteit van vroege wallets—ongewijzigd blijven.
De status van de coins en de marktverwachting
Markten zoals Polymarket weerspiegelen de consensus binnen de gemeenschap: de grotere vraag of een geïdentificeerde Satoshi-wallet vóór 1 januari 2027 zal bewegen, noteerde slechts ongeveer 7% kans met een handelsvolume van 3,1 miljoen dollar. Dat weerspiegelt een breed geloof dat de 1,1 miljoen BTC waarschijnlijk niet worden aangeroerd, en dat een definitieve onthulling uitblijft zolang niemand het cryptografische bewijs levert.
Samengevat tonen de drie onderzoeken tussen 8 oktober 2026 en 22 april 2026 aan dat journalistiek en documentaireonderzoek waardevolle inzichten kunnen bieden, maar dat zonder een met de sleutel geverifieerd bericht of een BTC-transactie elke theorie speculatief blijft. Het mysterie rondom Satoshi Nakamoto gaat daarmee onverminderd door.