Vanaf 1 januari 2027 treedt een ingrijpende wijziging in werking die zowel de vermogensgrens als de inkomensgrens van de zorgtoeslag aanpast. De overheid stelt dat huishoudens met een laag inkomen en een spaar- of beleggingsrekening die net boven de oude drempel liggen, nu voldoende vermogen hebben om hun zorgkosten zelf te dragen. Tegelijkertijd stijgt de maximale uitkering, waardoor mensen met een minimumloon meer tegemoetkomen krijgen.
De nieuwe cijfers komen uit de begrotingsstukken die recentelijk zijn gepresenteerd. Voor alleenstaanden daalt de vermogensgrens van € 146.011 naar € 119.122, een verschil van € 26.889. Voor partners wordt de grens verlaagd van € 184.633 naar € 158.748, een afname van € 25.885. De inkomensgrenzen verschuiven omhoog: alleenstaanden mogen nu tot € 42.950 verdienen en partners tot € 54.150, respectievelijk € 2.100 en € 3.000 meer dan in 2026.
Wie raakt de verlaging van de vermogensgrens?
Ongeveer 40.000 huishoudens zullen door de nieuwe drempel volledig hun zorgtoeslag verliezen. Voor een alleenstaande betekent dit een verlies van € 1.680 per jaar; voor een partnersituatie is het verlies € 3.223. Het gaat vooral om mensen met een relatief laag inkomen die net iets meer dan € 119.000 (alleenstaand) of € 158.000 (met partner) op hun bank hebben. De wetgever argumenteert dat deze groepen “over genoeg vermogen beschikken om de kosten voor zorg en kinderen zelf te kunnen dragen”.
Naast de zorgtoeslag vervallen naar verwachting ook andere toeslagen. Uit de toelichting blijkt dat tussen de 8.000 en 13.000 huishoudens hun kindgebonden budget zullen kwijtraken, wat de financiële druk verder vergroot. De totale impact raakt naar schatting 4,8 miljoen huishoudens, zij het met verschillende toeslagen.
Stijging van de maximale zorgtoeslag
Terwijl de vermogensgrens wordt verlaagd, stijgt het bedrag dat men kan ontvangen. Een alleenstaande met een minimumloon krijgt vanaf 2027 € 140 per maand, € 11 meer dan in 2026. Voor partners loopt de maximale uitkering op van € 246 naar € 268 per maand, een stijging van € 22. Deze verhogingen zijn gebaseerd op de financiële berekeningen van het CPB en de ministeries van VWS en SZW.
Het mechanisme van de toeslag blijft echter inkomensafhankelijk: hoe hoger het inkomen, hoe sneller de uitkering afloopt. Per euro boven het minimumloon wordt bijna 14 cent van de toeslag afgebouwd. Bij een inkomen van € 35.000 betekent dit dat de toeslag slechts € 8 per maand stijgt, terwijl iemand met een lager inkomen de volledige € 140 krijgt. Ondanks de afbouw blijft de nettowinst van een loonsverhoging aanzienlijk groter dan het verlies aan toeslag.
Politiek debat en het SER-voorstel voor afschaffing
De discussie rond de zorgtoeslag maakt deel uit van een bredere politieke wens om het hele toeslagenstelsel te hervormen. De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft een conceptadvies uitgebracht waarin wordt gesuggereerd het huidige stelsel grotendeels af te schaffen. In het voorstel zouden onder meer de zorgtoeslag en de kinderbijslag worden vervangen door een lagere zorgpremie en een hoger inkomstenbelastingtarief voor midden- en hogere inkomens, oplopend tot 56 %.
Het SER-advies, opgesteld door een commissie met vertegenwoordigers van werkgevers, vakbonden en het CPB, wordt dit najaar naar het kabinet gestuurd. Als het plan wordt gerealiseerd, kan de zorgtoeslag – een jaarlijkse uitgave van circa € 6,3 miljard – verdwijnen. In ruil daarvoor zou iedereen minder zorgpremie betalen, waardoor de administratieve lasten afnemen. Tegelijkertijd zou de inkomensbelasting voor mensen die meer dan € 50.000 verdienen stijgen, hoewel de hogere tarieven deels worden gecompenseerd door behoud van arbeids- en algemene heffingskortingen.
Wat betekent dit voor burgers?
Voor de meeste huidige ontvangers verandert er in eerste instantie weinig; hun spaargeld blijft onder de drempel en zij blijven recht hebben op de toeslag. Voor wie dicht bij de nieuwe vermogensgrens zit, kan de afschaffing echter een abrupt einde van de uitkering betekenen. Bovendien kunnen de voorgestelde belastingverhogingen politieke weerstand oproepen, vooral bij midden- en hogere inkomensgroepen.
Voor iedereen die nog recht heeft op zorgtoeslag, is het daarom verstandig om de definitieve bedragen in november te volgen en tijdig eventuele vermogensaanpassingen – zoals extra aflossingen, grote aankopen of giften binnen de vrijstellingsgrens – te overwegen.



