Naar inhoud springen
23 september 2026

Box 3 onder druk: Senaat vraagt kabinet binnen twee weken duidelijkheid

De senaat eist van het kabinet een concreet plan voor box 3 binnen twee weken, terwijl verschillende fiscale scenario’s en een potentiële miljardenverlies de discussie bepalen.

Box 3 onder druk: Senaat vraagt kabinet binnen twee weken duidelijkheid

In een kritiek moment van de fiscale hervormingen heeft de Eerste Kamer de ministers van Financiën – Eelco Heinen en Eelco Eerenberg – een strakke deadline gesteld: binnen twee weken moet er helderheid komen over de toekomstige invulling van box 3. De Kamer vraagt niet alleen om een technisch ontwerp, maar vooral om de politieke keuzes die de basis vormen van elke mogelijke wetgeving.

Druk van de Senaat en de gestelde termijn

Op 22 september wijde de commissie Financiën van de Eerste Kamer de brief van Heinen en Eerenberg, waarin diverse routes voor box 3 worden uitgezet. De commissie benadrukt dat de huidige discussies verder gaan dan louter fiscale techniek; de uiteenlopende voorkeuren van de verschillende fracties maken een gedragen voorstel nog ongrijpbaar. Daarom eist de Senaat een concrete positionering van de regering voordat zij extra tijd verleent aan de behandeling van de wet werkelijk rendement box 3.

De vier voornaamste scenario’s die de uitkomst bepalen

In de kabinetsbrief staan vier mogelijke wegen opgesomd. Ten eerste kan de wet werkelijk rendement box 3 vanaf 2028 worden geïmplementeerd en vervolgens stapsgewijs worden verfijnd; hierbij ligt de focus op verliesverrekening en op maat gemaakte regelingen voor specifieke vermogensbestanddelen. Ten tweede wordt een snelle omschakeling naar een volledige vermogenswinstbelasting (VWB) overwogen, die in twee varianten vanaf 2030 van start zou kunnen gaan. In het ene scenario fungeert de huidige wet als een tussenstap, terwijl in het andere de wet geheel wordt ingetrokken. Ten slotte overweegt het kabinet een nog ambitieuzere route: vanaf 2028 een VWB in één klap toepassen op bijna alle financiële instrumenten, waarmee circa 90 % van het box-3-vermogen onder deze regeling zou vallen.

Budgettaire gevolgen: miljoenen, nee miljarden in het geding

Geen van de alternatieven blijkt budgettair neutraal. Volgens de officiële ramingen zou de verbeterde versie van de huidige wet een cumulatieve verlies van circa €5,7 milliard opleveren tot en met 2035. Een volledige overstap naar VWB vanaf 2030, na de invoering van de huidige wet, zou de staat €12,9 milliard kosten. Als de wet niet wordt ingevoerd en de tegenbewijsregeling blijft bestaan, stijgt de geraamde derving tot bijna €19,7 milliard. Een versnelde VWB vanaf 2028 zet de cijfers op ongeveer €15,6 milliard. Deze bedragen onderstrepen de urgentie van een duidelijk financieel plan.

Dekkingsmaatregelen: bredere impact dan alleen spaarders

De bijlage bij de kabinetsbrief bevat een scala aan mogelijke dekkingsmaatregelen. Denk aan het afschaffen van het lage vennootschapsbelastingtarief, het verlagen van de schijfgrens in de vennootschapsbelasting, of aanpassingen in de inkomstenbelasting. Ook wordt de grens voor excessief lenen bij de eigen BV lager gelegd. Binnen box 3 zelf worden alternatieven onderzocht, zoals aangepaste vrijstellingen. Omdat een wijziging van box 3 via deze dekkingsopties ook ondernemers en werkenden raakt, blijft het vinden van een breed gedragen oplossing complex.

Tijdlijn en verwachte vervolgstappen

De Algemene Financiële Beschouwingen worden eind september in de Tweede Kamer besproken. Kort daarna zal de Eerste Kamer met Heinen en Eerenberg terugkomen voor een vervolggesprek. Afhankelijk van dat gesprek beslist de Senaat hoeveel extra tijd het kabinet mag krijgen en onder welke voorwaarden de behandeling van de wet werkelijk rendement box 3 wordt voortgezet. Op dit moment ligt de wet nog bij de Eerste Kamer, waar de stemming is uitgesteld tot er wijzigingen vanuit het kabinet komen. De komende weken bepalen dus of een definitief scenario wordt uitgewerkt of dat de discussie wordt verlengd.