Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft recent een grootschalige analyse uitgevoerd onder meer dan 30.500 volwassenen die in 2018 een ouder uit de geboortegeneratie 1936-1945 verloren. De onderzoeksgroep werd geconfronteerd met een unieke vraag: leidt het ontvangen van een substantieel erfenis ten minste €50.000, tot meetbare veranderingen in hun woonsituatie?
Om een helder contrast te scheppen, werd een vergelijkingsgroep samengesteld waarvan de laatst overledene pas vier jaar later stierf. Door deze tijdsafwijking konden de onderzoekers uitsluiten dat externe economische schommelingen de resultaten vertekenen. De bevindingen laten een sterk verband zien tussen financiële erfenissen en mobiliteit op de woningmarkt.
Erfenis en verhuisfrequentie
Van de totale steekproef ontving 31 % een geregistreerde erfenis; de mediaan bedroeg €43.000 netto, na aftrek van uitvaartkosten en belastingen. Binnen deze populatie trok 14 % een bedrag van €50.000 of meer, terwijl 6 % minstens €100.000 kreeg. In de drie jaar na het overlijden (2018-2020) verhuisde 21 % van de erfgenamen met €50.000+ vergeleken met slechts 14 % in de controlegroep. Dit duidt op een duidelijk stimulerend effect van een grotere kapitaalinjectie op de beslissing om te verhuizen.
De data laten bovendien zien dat het aandeel erfgenamen dat binnen drie jaar een vrijstaande woning betrok, steeg van 15 % naar 29 %. In de vergelijkinggroep was de stijging bescheidener, van 17 % naar 25 %. Deze cijfers onderstrepen dat een royale erfenis niet alleen het verhuizen op zich beïnvloedt, maar ook de voorkeur voor een bepaald type woning.
Veranderingen in woningtype en omvang
De analyse van de woonoppervlakte onthult een dramatische verschuiving. Bij de groep die verhuisde na een erfenis van €50.000+, steeg het percentage bewoners van een woning van minimaal 150 m² van 27 % naar 46 %. De controlegroep kende ook een toename, maar deze was beperkt tot 30 % tot 39 %. Tegelijkertijd daalde het aandeel appartementbewoners onder de grote erfenisaars van 25 % naar 17 %, terwijl het in de controlegroep vrijwel onveranderd bleef (23 %).
Een bijkomend effect is de toename van het aandeel eigenaren van een koopwoning. Daarvoor woonden 72 % van de erfgenamen in een koophuis; drie jaar later was dit gestegen naar 83 %. In de vergelijkinggroep was de stijging marginaler (71 % naar 73 %). Voor sommigen betekende de erfenis ook een directe overdracht van het ouderlijk huis: het percentage dat op het voormalige adres van de overledene woonde, groeide van 4,7 % naar 6,4 %.
Duurzame investeringen en hypotheekaflossing
Een opvallende ontwikkeling betreft de adoptie van zonnepanelen. Bij erfgenamen met een erfenis van ten minste €50.000 steeg het aandeel huizen met zonnepanelen van 10 % naar 25 % in de periode 2018-2021. De controlegroep vertoonde ook een stijging, zij het minder sterk (10 % naar 21 %). Deze trend suggereert dat extra liquide middelen vaak worden aangewend voor groene investeringen die zowel de energierekening als de woningwaarde verbeteren.
Wat betreft de hypotheek de gemiddelde schuld van de grote erfenisaars daalde in dezelfde periode met €13.000, van €186.000 naar €173.000. Bij de vergelijkinggroep bedroeg de afname slechts €3.000. Hoewel het aflossen van de hypotheek niet de dominante bestemming van de erfenis lijkt, wijst de daling op een gezondere financiële positie bij de begunstigden.



