Bij ABP wordt uw pensioen opgebouwd uit een deel van de collectieve beleggingen van het fonds. Deze beleggingen worden niet op één manier beheerd; ze passen zich aan uw levensfase aan. Of u nu net begint met werken of al dicht bij de pensioengerechtigde leeftijd staat, de strategie verschuift om zowel groei als zekerheid te bieden.
De nieuwe pensioenregeling, die vanaf 1 januari 2027 van kracht wordt, gaat uit van een variabel pensioen. Dit betekent dat de uitkering elk jaar kan worden aangepast op basis van de beleggingsresultaten. Daarbij verdeelt ABP de jaarlijkse schwankingen over drie jaar, zodat de uitkering minder abrupt verandert. Een solidariteitsreserve dient als vangnet bij slechte markten, maar is geen onbeperkte garantie.
Jongere deelnemers: meer risico, meer tijd
Voor werknemers die nog tientallen jaren tot hun pensioenleeftijd hebben, kiest ABP voor een hoger risicoprofiel. Door meer te investeren in aandelen en andere groeigerichte assets, kan het rendement op de lange termijn stijgen. Het idee is simpel: slechte jaren kunnen worden gecompenseerd door later betere resultaten, omdat er voldoende tijd is om schommelingen uit te balanceren. Statistieken tonen aan dat over een lange beleggingshorizon meer positieve dan negatieve jaren voorkomen.
Deze aanpak is echter geen gok, maar een gecontroleerde strategie. Het fonds houdt de dekkingsgraad nauwlettend in de gaten, een maatstaf die het totaal aan beschikbare middelen weergeeft ten opzichte van de toekomstige pensioenverplichtingen. Een dekkingsgraad boven 110 % wordt beschouwd als gezond en biedt ruimte voor de hierboven beschreven groeibeleggingen.
Oudere deelnemers: nadruk op stabiliteit
Naarmate de pensioengerechtigde leeftijd nadert, verlaagt ABP het beleggingsrisico. Het kapitaal wordt geleidelijk verschoven naar obligaties, vastgoed en andere minder volatiele instrumenten. Dit beschermt het verwachte pensioen tegen grote koersschommelingen kort voor de uitbetaling, waardoor de kans op een plotselinge daling kleiner wordt.
Ook nadat de uitkeringen starten, blijft er een klein deel van het fonds onder beheer. Het doel is om de inflatie te volgen en de koopkracht van de pensioengerechtigden te behouden. Een solidariteitsreserve blijft beschikbaar, maar zal alleen worden aangesproken als de markten ernstig onder druk komen te staan.
Verdeling van het fondsvermogen op 1 jan 2027
De overgang naar de vernieuwde regeling vereist een nauwkeurige verdeling van het totale ABP-vermogen. Eerst wordt per deelnemer berekend wat de totale waarde van hun pensioenpot is en welk deel naar een gemeenschappelijke buffer gaat. De dekkingsgraad op 31 december 2026 vormt de basis voor de uitbetaling.
ABP streeft naar een dekkingsgraad van minimaal 110 %. Bij 101,5 % zou er genoeg geld zijn om de pensioenen over te zetten, maar zonder extra reserve. Met 105 % kan een aanvullende bijdrage worden gegeven aan deelnemers van 35- tot 44-jaar. Bij 107 % ontstaat de mogelijkheid om de groep 40- tot 68-jarigen volledig te compenseren en de buffer verder te versterken. Een dekkingsgraad van 109 % of hoger maakt een eenmalige verhoging van pensioenen mogelijk voor iedereen, ter rechtzetting van eerdere gemiste stijgingen.
De exacte dekkingsgraad bij de overgang is nog onbekend; een hogere graad levert meer extra’s op voor deelnemers, een lagere graad minder. Voor actuele cijfers en meer details verwijst ABP naar haar website, waar de huidige status van de buffer real-time wordt bijgehouden.



